IEDERE ZONDAG vanaf 21:00u. POPCORN OP ZONDAG -> in 'l ORANGE - BERCHEM - ANTWERPEN (naast MEMORIES) ~ INKOM GRATIS   ...   ...   ...   CHAQUE DIMANCHE des 21:00h. SOIRÉE POPCORN -> à 'l ORANGE - BERCHEM - ANVERS (à côté de MEMORIES) ~ ENTRÉE GRATUIT   ...

Blues, Jazz, Gospel, Soul, R&B, Funk, (Neo)-R&B, Urban, Hiphop, etc. ...
Alle betere moderne muziekgenres die we vandaag kennen zijn ontstaan uit:


"Popmuziek", onder welke vorm ook, hoort hier zéker NIET bij thuis.

Teksten uit WIKIPEDIA de vrije encyclopedie.

Blues is ontstaan tussen 1860 en 1900 en vindt zijn oorsprong in de muziek die de Afrikaanse slaven in het Zuiden van de Verenigde Staten maakten (New Orleans).
De voornaamste muzikale bronnen die tot het ontstaan van de blues hebben bijgedragen zijn de religieuze liederen (gospels, spirituals), de worksongs en de field hollers. Een typische variant van de blues is de cajunmuziek en zydeco.
Muziek maken met elkaar of alleen, met of zonder instrumenten (doo-wop), was voor hen vaak de enige manier om hun lijden uit te drukken en te verzachten. Omdat deze muziek een melancholische toon en inhoud had, werd het 'blues' genoemd.

Dikwijls gebruikten de zangers 'scheldwoorden' die de bewakers niet kenden.
Ze spraken bijvoorbeeld af dat 'hark' in hun liedje als 'zot' bedoeld werd.
Zo konden ze de bewakers uitschelden zonder dat deze het merkten. Ze maakten zelf instrumenten en 's avonds zongen ze uit volle borst over de miserie die ze hadden.

De aanduiding 'blue' voor rouw is afkomstig uit de zeilscheepvaart.
Als een schip haar kapitein of een andere officier tijdens de reis verloor, voerde ze voor de rest van de reis een blauwe vlag en werd een blauwe band rond het hele schip geschilderd alvorens de thuishaven binnen te lopen.

Toen vele zwarten rond de Eerste Wereldoorlog vanuit het Zuiden naar de steden in het Noorden (Chicago & Detroit) trokken, kreeg de blues een meer 'stedelijk' geluid, voornamelijk gekenmerkt door het gebruik van elektrisch versterkte instrumenten. Deze meer up-tempo variant van de blues zou later de weg bereiden voor rhythm and blues en rock 'n' roll. Deze laatste zouden de blues enigszins naar de achtergrond dringen, maar in de jaren 1960 en 1970 leefde het genre op doordat Britse (blanke) rockmuzikanten als Eric Clapton, de Rolling Stones en Led Zeppelin opnieuw blues gingen spelen.

Ook alle stijlen van de jazz zijn sterk door de blues beïnvloed, van New Orleans Jazz tot en met Cool Jazz.

Het kenmerkende aan blues is dat het een meest vast schema volgt van 12 maten die per strofe worden herhaald. Iedere strofe (een samengesteld geheel van versregels) omvat dan drie gezongen regels die elk weer gebonden zijn aan vier maten die begeleid worden door akkoorden. Bijna elk bluesnummer is herkenbaar aan dat akkoordenschema waaruit het is opgebouwd.
Andere muziekgenres, zoals rock 'n' roll en in sommige gevallen ook jazz, zijn op een vereenvoudigde respectievelijk ingewikkeldere versie van dit schema gebaseerd. Schema's met andere aantallen maten komen overigens ook voor, bijvoorbeeld schema's met 16 maten.

 * De melodie

Heel kenmerkend voor de blues is het soleren.
Zang wordt afgewisseld met instrumentale improvisatie, veelal in de van pentatonische toonladders afgeleide bluestoonladders.
Heel belangrijk in de bluestoonladders zijn de zogenaamde blue notes.
Het gebruik van deze noten in een pentatonische toonladder is wat niet gebruikelijk is in Europese muziek. Bij blues worden deze noten vaak bereikt met instrumenten die tonen kunnen 'buigen', zoals gitaar, bluesharp en saxofoon. Op instrumenten waarop het niet mogelijk is tonen te buigen (zoals bij toetsinstrumenten), kan men een soortgelijk effect bereiken door middel van een "voorslag".
Vaak wordt een harmonisch contrast gebruikt: het in mineur soleren of zingen over een majeur akkoordenschema.

Bluesmuziek heeft vaak een wat rauwe, donkere zangpartij, geworteld in zwarte gospel. De zanglijn wordt gekenmerkt door herhaling en een typerende vraag-en-antwoord-dialoog tussen de zanger en de muzikanten.

 
* Thematiek

De blues vertelt over het leven van alledag. De nadruk daarbij ligt op negatieve gebeurtenissen, bijvoorbeeld ongeluk in de liefde. Door het zingen van de blues hoopt men troost voor deze problemen te vinden, naast de kracht om er weer bovenop te geraken. Een bluesmuzikant schuwt controversiële thema's, zoals alcohol, seks en geweld, niet. Wel worden deze vaak bezongen in verdoken termen, meestal afkomstig uit Afro-Amerikaanse tradities, zoals voodoo.

 
* Stijlen

Elke bluesmuzikant heeft wel zijn eigen typische stijlkenmerken. Toch kunnen we in de blues onder andere de volgende stijlgroepen herkennen:

~ Van A tot Z:

African blues
Atlanta blues
Chicago blues
Delta blues
Detroit blues
East Coast blues
Kansas City blues
Louisiana blues
Memphis blues
New Orleans blues
Piedmont blues
Swamp blues
Texas blues
West Coast blues

 * Instrumenten

De blues werd oorspronkelijk gespeeld op akoestische instrumenten als gitaar, piano en mondharmonica. Soms maakte de gitarist bovendien gebruik van een glad en hard voorwerp, zoals een mes of een flessenhals (vandaar de naam 'bottleneck', Engels voor 'flessenhals'), waarmee hij over de snaren gleed (vandaar de naam 'slide', Engels voor 'glijden').
Typische bluesinstrumenten zijn onder andere:

contrabas / basgitaar
gitaar (akoestisch, archtop, steelstring, elektrisch)
harmonika, mondharmonica of bluesharp
piano, saxofoon


Met de term jazz wordt een op improvisatie gebaseerde muziekstijl bedoeld die ontstaan is in New Orleans uit een kruisbestuiving van blues, folk, gospel, ragtime, en klassieke muziek.
(Het woord jazz heeft daarbij nog de bijbetekenis "energieke dans").

In principe is jazz 'muziek van het moment'. Er worden op elk moment nieuwe muzikale keuzes gemaakt die tot aan de vorm en alle op dat moment spelende musici reiken, waardoor een persoonlijke en intensieve muziekbeleving ontstaat.
In klassieke muziek en popmuziek is deze eigenschap nagenoeg afwezig.
In de jazzmuziek wordt een thema of kleine compositie of een afspraak slechts gebruikt als basis voor improvisatie. Door deze eigenschap reikt jazz zeer ver; het raakt world, folk, heavy metal, funk, soul, klassiek en oude muziek en er bestaan heden ten dage dan ook vele mengvormen.

De belangrijkste bron voor de jazz ligt in Afrika. De Afrikanen die als slaven naar Amerika gebracht werden, brachten hun traditionele, sterk ritmische muziek mee.

 
* Het begin

Op hun route naar de Verenigde Staten werden veel slaven allereerst naar de West-Indische eilanden gebracht, met name naar Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek). Na een poos werden velen van hen verkocht in New Orleans. Zij namen hun religieuze en muzikale erfenis met zich mee. De slaven uit Santo Domingo (de hoofdstad van de Dominicaanse Republiek, gesticht door de broer van Christopher Columbus) zetten hun oude voodoopraktijken ongewijzigd verder in New Orleans.
Denken we hier aan "Marie Laveau" (New Orleans) en "Baron Samedi" (Haïti).

Doordat deze Afrikaanse muziek en danstradities werden blootgesteld aan het publiek vond er een wederzijdse beïnvloeding plaats met de Europese muziektraditie.
De unieke ritmische nadruk van deze dansen plus vele andere ingrediënten kwamen samen om een muzieksoort op te leveren die bekend werd als jazz. Deskundigen zijn het erover eens dat werklieden van de katoenvelden, blues van stad en platteland, banjostijlen van variétéshows, gesyncopeerde brassbands (fanfarekorpsen) en ragtime (gesyncopeerde dansmuziek) allen een belangrijke rol speelden bij het ontstaan van jazz. De syncopering (accentverschuiving) als primair ingrediënt van de jazz, ontwikkelde zich als een ritmische aanpassing van de Afrikanen.
De syncope was het meest voor de hand liggende en beste substituut voor de gecompliceerde polyritmiek (de simultane combinatie van contrasterende ritmes in een muzikale compositie) die integraal deel uitmaken van hun muzikale erfenis.
Het is deze syncope die muziek doet "swingen".

Jazz, de voorloper van de moderne rock 'n' roll, bekleedt een zeer interessante rol in de geschiedenis. De naam jazz komt van het niet meer bestaande woord jass waarmee de seksuele daad op een platvloerse manier werd aangeduid (heidens - dialectisch).
Voor de heiden en de vodou was jazz een symptoom van de glorieuze bevrijding van de knellende banden van de christelijke moraal. Het ontstond in de sloppenwijken en werd voornamelijk ontwikkeld voor gebruik in chique bordelen.
Het ene bordeel probeerde het andere af te troeven met de beste jazz band.
Uiteindelijk ontwikkelde de jazz zich tot wat we vandaag kennen als rock 'n' roll.
Al met al heeft de rockmuziek niets van haar erfenis verloren op haar lange weg van Babylonië, via Egypte en Afrika, naar Amerika en de rest van de wereld.
Het werd alleen maar in verschillende muzikale jasjes gestoken, het ene al beter en herkenbaarder dan het andere.
De "Cotton Club" was gekend en berucht voor de beste jazz artiesten ooit.
Deze club hield er eveneens de heidense regels op na.
Voor meer inzicht in het hedendaagse heidendom en zijn regels, klik hier.

 * Blues & Ragtime

Deze muziek was gebaseerd op een vijftonige toonladder. Een vijftonige (pentatonische) toonladder in de toonsoort C-mineur bestaat uit de noten c–es–f–g–bes. De Afrikaanse muziek had een sterke pentatonische traditie. Dat wil overigens niet zeggen dat pentatonische muziek elders (in Europa, Amerika) niet bekend was.

De op de plantages werkende slaven ontwikkelden een zangstijl die als de oorsprong van wat nu blues heet aangeduid kan worden. Aan de vijftonige toonladder werd een noot toegevoegd, in het voorbeeld voor de toonsoort C de fis, die later als de blue note zou worden aangeduid. Deze blue notes spelen een belangrijke rol in de klankkleur van wat wij nu blues noemen.

Muzikanten in kroegen en bordelen (vaak overigens ook Afrikanen) werden geïnspireerd door de 'plantagezang' en de ragtime ontstond, waarbij andere inspiratiebronnen (inclusief de klassieke Europese muziek) tevens een rol speelden.

In die begintijd bestond een jazzband uit de volgende instrumenten:

trompet, trombone, klarinet, piano, banjo, contrabas en slagwerk.

Dit is in hoofdzaak de standaardbezetting gebleven van de originele stijl jazz band.
De banjo werd later ook wel door de elektrische gitaar vervangen en vooral in de beginperiode was er vaker een tuba of sousafoon dan een contrabas aanwezig.

Ragtime muziek werd ontwikkeld door zwarte of Creoolse muzikanten die een
klassieke opleiding hadden genoten. De ragtime had een typische opbouw van
contrasterende delen , zoals bij een rondo of een liedvorm in de klassieke muziek.
Toch klonk deze muziek ook in bars en gelegenheden die minder deftig golden.
Er is dus geen improvisatie en eigenlijk geen swing.
De onbetwistbare koning van de ragtime was Scott Joplin die meer dan 600 composities schreef, met daarbij zelfs een heuse ragtime-opera.

 * New Orleans en Dixieland

Vaak wordt als moment waarop wat wij nu jazz noemen begon, de oprichting van het eerste blanke jazzorkest, de Original Dixieland Jass Band (let op de spelling met "ss" in plaats van "zz") in 1917 genomen.

Dit is ongetwijfeld niet correct, want eerder dan dit blanke orkest waren er al uit Afro-Amerikaanse bestaande orkesten actief in New Orleans. Genoemd kunnen worden de orkesten van Joe "King" Oliver, met daarin Louis Armstrong, die zelf ook diverse orkesten oprichtte en leidde, en Bunk Johnson.

Later gingen weer anderen hierop door, zoals "Jelly Roll" Morton, die zichzelf – blijkens zijn visitekaartje – de uitvinder van de jazz noemde, maar die eigenlijk meer door de in middels vrijwel verdwenen ragtime geïnspireerd werd. Nog weer later kunnen daar namen als Sidney Bechet en Sidney De Paris aan toegevoegd worden.

Men zou kunnen zeggen dat de jazz zich langs twee sporen parallel ontwikkelde: een 'blank' spoor en een 'zwart' spoor. De vroege oorspronkelijke jazz stijlen worden
New Orleans (de 'zwarte' tak) en Dixieland (de 'blanke' tak) genoemd.
We spreken hier over de jaren twintig van de twintigste eeuw. (1920)

 
* Europese jazz

De oorspronkelijke musici in deze categorie zijn Django Reinhardt en Toots Thielemans met een authentiek Europees jazzconcept, waarbij Thielemans, door het logisch gebruik van de oorspronkelijk Europese driekwartsmaat, wals (o.a. Bluesette), de mogelijkheid heeft aangegeven voor de ontwikkeling van een nieuwe vorm van Europese jazz. Als een van de weinige Europese jazzmusici heeft Joe Vanenkhuizen dit concept toegepast door consequent al zijn muziek in deze maatsoort te componeren. Ook Pierre Courbois mag in dit verband niet onvermeld blijven.
Hij is een expert op het gebied van Europese maatsoorten.

Ook het opkomende toerisme had een grote rol gespeeld in de verspreiding van de jazz in België. In die jaren was de rederij de Red Star Line bekend voor haar toeristische reizen Antwerpen - New York. Tal van muzikanten hebben op die pakketboten gespeeld. Zodoende ontdekten ze ter plaatse de authentieke Amerikaanse jazz en brachten zij de eerste Amerikaanse jazzplaten mee naar huis.
Platen die hier toen nog onvindbaar waren .

Het was echter dank zij de passie van Felix Faecq dat de jazz zijn intrede deed op de Belgische platenmarkt.
Vanaf 1922 vertegenwoordigde hij het label Edison Bell en ook Amerikaanse merken. Omdat toen de verkoop van platen en die van partituren elkaar aanvulden, begon Faecq ook met een uitgeverij en een tijdschrift Music. Daarenboven stichtte hij in 1932 zijn “Jazz Club van België” en organiseerde een jaarlijkse wedstrijd voor jonge jazz orkesten in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten.
In juni 1927 bracht, Faecq de eerste Belgische jazzplaat op de markt met het orkest “Chas Remue and his New Stompers”.
De opnamen hadden plaats in een Londens studio voor het label Edison Bell.
Er werden veertien nummers opgenomen, waarvan de helft composities van twee jeugdige muzikanten die schuil gingen achter de Engelse pseudoniemen David Bee (alias Ernest Craps) harpist, saxofonist en klarinettist en Peter Packay, trompettist en pseudoniem voor Pierre Paquet.
Dit was voor beiden het begin van een schitterende loopbaan in de jazz wereld.

 * De Swing-era

In het algemeen wordt met het Swingtijdperk de periode genoemd voor de komst van de Bebop die ontstond in de jaren 1940. Swing kenmerkt zich door een ritme dat 'huppelt' of 'springt' in doorgaans twee momenten per maat, nl. een zwaar moment op de eerste tel en een licht moment op de tweede. Door dit op een energieke en meestal toch lichte manier te spelen ontstaat een ritme dat dansbaar is en 'in de benen kruipt' (aanzet tot dansen of bewegen op de muziek). In deze tijd vinden we dan ook veel dans- en showorkesten. Solisten geven de muziek meer verhaal, de ritmesectie blijft voornamelijk bijdragen aan de vorm van een arrangement.

De eerdere stijlen van de jazz ontwikkelden zich in de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw naar muziek voor grotere orkesten tot 'big bands' van 10 -
>20 musici. De grootste namen in de zwarte lijn in deze tijd was Edward 'Duke' Ellington (Duke Ellington) en Willam 'Count' Basie (Count Basie), en in de blanke lijn werd Benny Goodman een van de bekendste orkestleiders uit de Swing periode.

Inmiddels was jazz gemeengoed van het Amerikaanse en Europese publiek geworden en was deze muziek immens populair. De zwarte en blanke lijnen waren samengekomen in die zin, dat de meest orkesten zowel zwarte als blanke musici bevatten.

Tot na de Tweede Wereldoorlog vierde de Swing hoogtij. In de jaren vijftig van de twintigste eeuw kan men twee richtingen onderscheiden. In de eerste plaats keerde de Dixieland terug en wordt er in deze tijd wel gesproken van een "Dixieland Revival". Oude musici werden weer actief, en daarnaast ontstond er een nieuwe generatie jazzmusici.

De jazz werd nu niet meer voornamelijk in en rond New Orleans gespeeld, maar door geheel Amerika en overigens ook in Europa.
In New Orleans bleven musici als Wilbur De Paris en Sharkey Bonano actief.

In Chicago zette onder meer Eddie Condon (die zijn werkterrein later naar New York verplaatste) een nieuwe stroming in gang.

Aan de Amerikaanse westkust ontwikkelde zich een stijl die wat meer teruggreep naar de Ragtime en die ook wel Frisco jazz genoemd wordt. Een paar namen die deze ontwikkeling in gang hebben gezet zijn Turk Murphy, Bob Scobey (met de onvergetelijke banjoïst-zanger Clancey Hayes in zijn orkest) en het orkest van Disney-medewerkers The Firehouse Five Plus Two.

In Nederland werd op 5 mei 1945 de Dutch Swing College Band opgericht.
Later volgden onder meer de Down Town Jazz band, New Orleans Syncopators en de Dixieland Pipers. Nederland volgde het Belgische idee uit 1927.

 
* Bebop

In de jaren veertig begonnen muzikanten te zoeken naar een stijl waarmee de solo's minder beperkt werden en er meer dynamiek mogelijk was. Zij vonden de 'oude stijl' te beperkt voor hun muzikale kunnen. De oplossing werd gevonden in de verandering van het ritme en de verrijking van harmonie. Het ritme werd niet meer tweeledig (zwaar-licht) gespeeld maar werd vierledig en kreeg een stromend karakter. Ritmische accenten konden hierdoor vrijer worden geplaatst zonder het ritme te verstoren. Harmonie werd krachtiger door dwingendere samenklanken en thema's te gebruiken. Daarmee ontstonden meer muzikale mogelijkheden en kon er meer worden 'uitgepakt'. Dat werd nog versterkt omdat het dansbare karakter van de Swingmuziek werd losgelaten, waardoor de muziek op zichzelf kwam te staan.
De vroege bebop klinkt meestal energiek en virtuoos en soms wat grillig.
Eind jaren '40 werden ook Cubaanse elementen in de Bebop opgenomen.

Het is de tijd van de toen jonge musici Dizzy Gillespie en Charlie Parker.
De oprichting van deze stijl word vaak aan Charlie Parker toegewezen.
De term "bebop" is een zogenaamde onomatopee; dit wil zeggen een klanknabootsing. Een veelvuldig toegepaste rif in de Bebop is be-bop-be-bop waarbij de 'be' de hoogste klank is. Hieraan dankt de muziekstijl dan ook haar naam.

 
* Cooljazz

Kort daarop ontstond, als reactie op de opzwepende bebop, de 'cooljazz', waarvan Miles Davis één van de belangrijkste en bekendste vertolkers was (zie albums Birth of the Cool en Kind Of Blue).

Cooljazz klinkt minder grillig, subtieler en serieuzer en men lijkt meer opzoek naar de schoonheid en organisatie dan naar extase. Hier ontstaan ook de aanzetten tot het gebruik van modale technieken die evenwichtiger klinken dan de dwingende samenklanken uit de vroege bebop. Er zijn minder dissonanten en gebruik van doelbewust samenklinkende maar zelfstandige melodielijnen (polyfonie).

Een bijna wringende combinatie is te horen in 'The Man I Love' op het album 'Miles Davis and the Modern Jazz Giants' waar Miles Davis en Thelonious Monk samenspelen en -zo gaat het gerucht- bijna op de vuist gingen omdat Monk ongewenste harmonieën plaatste tijdens het spel van Davis.

Muzikanten die kunnen worden gerekend tot de Cool-Jazz zijn ook Dave Brubeck en Paul Desmond, Stan Getz, Lee Konitz, Art Pepper,Russ Freeman en de moeilijker klassificeerbare pianist Lennie Tristano, in Nederland Ann Burton en Rita Reys .

 
* West Coast

Omdat de meeste musici die Cooljazz speelden uit Los Angeles kwamen werd Cooljazz ook wel met de term West Coast aangegeven. Echter niet alle 'West Coasters' speelden 'Cool' en de Cooljazz werd ook elders gespeeld.

 
* East Coast en Soul Jazz

Als tegenhanger werd in met name New York de lijn van de Bebop verder voortgezet. De muziek zou uiteindelijk uitmonden in Hard Bop.

 
* Hard Bop

In contrast met de Cooljazz ontstond in de midden van de jaren 1950 de Hard Bop (ook wel Hard Bop Regression genoemd). Doordat de Cooljazz aan de westkust van de V.S. enorm aansloeg (West Coast Jazz), vooral in Los Angeles alwaar de filmstudio's waren gevestigd, hadden de jazzmuzikanten in New York weinig werk.
Daarom gingen zij ertoe over een nieuwe, extraverte jazzstijl te introduceren die vol emotie was. De akkoordenschema's werden eenvoudiger, veelal bluesschema's, en het stuwende ritme werd weer belangrijk (waaronder het shuffle-ritme).
Een link werd gelegd met de Gospelmuziek, alhoewel Hard Bop nooit in de kerk werd uitgevoerd. Dit is terug te vinden in de titels van echte Hard Bop nummers als Moanin, The Preacher en The Sermon.

De jaren 1950 en 1960 zijn de jaren van de grootste populariteit van de Hardbop, maar de musici zijn populair gebleven tot op de dag vandaag. Nat Hentoff schrijft in de liner notes voor de Blakey Columbia LP met dezelfde naam uit 1957, dat de term "hard bop" is bedacht door author-critic-pianist John Mehegan, jazz reviewer van de New York Herald Tribune in die tijd.

Soul jazz ontwikkelde vanuit hard bop.

Belangrijke muzikanten in de Hard Bop zijn onder andere Art Blakey en zijn Jazz Messengers, Horace Silver, Clifford Brown, Miles Davis, John Coltrane, Cannonball Adderley, Sonny Stitt, Donald Byrd, Sonny Clark, Lou Donaldson, Kenny Drew, Benny Golson, Dexter Gordon, Joe Henderson, Andrew Hill, Freddie Hubbard, Jackie McLean, Charles Mingus, Blue Mitchell, Hank Mobley, Thelonious Monk, Lee Morgan, en Sonny Rollins.

 
* Soul jazz

Soul jazz was een ontwikkeling vanuit de hard bop met invloeden vanuit blues, gospel en rhythm-and-blues met kleine formaties, vaak een (hammond) orgel-trio. Belangrijke souljazz organisten zijn Bill Doggett, Charles Earland, Richard "Groove" Holmes, Les McCann, "Brother" Jack McDuff, Jimmy McGriff, Lonnie Smith, Lou Donaldson, Big John Patton, Don Patterson, Reuben Wilson, Jimmy Smith en Johnny Hammond Smith.

Tenor saxofoon en gitaar zijn ook belangrijk in soul jazz; soul jazz tenors zijn Gene Ammons, Eddie "Lockjaw" Davis, Eddie Harris, Houston Person, en Stanley Turrentine; en de gitaristen als Grant Green en George Benson. Andere belangrijke bijdragen kwamen van altsaxofonist Lou Donaldson en Hank Crawford, trompetist Blue Mitchell, drummer Idris Muhammed (Leo Morris).

Anders dan hard bop, legt soul jazz meer de nadruk repeterende grooves en melodische thema's en de improvisaties zijn doorgaans minder ingewikkeld.

Soul jazz ontwikkelde zich in de late 1950s en bereikte het publiek met de release van The Cannonball Adderley Quintet in San Francisco en was op het hoogtepunt in de midden tot eind jaten 60, hoewel veel soul jazz musici populair zijn gebleven.

Bekende souljazzopnamen zijn Lee Morgan's "The Sidewinder" (1963), Herbie Hancock's "Cantaloupe Island" (1964) (gesampled door US3 in "Cantaloop"), Horace Silver's "Song for My Father" (1964), Ramsey Lewis's "The In Crowd" (1965) en Cannonball Adderley's "Mercy, Mercy, Mercy" (1966) (Gecovered als een top 40 pop liedje door The Buckinghams).

Soul jazz zou een grote bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de Jazz-funk in de jaren '70.

 
* Free Jazz

Enerzijds werd in de Souljazz jazz toegankelijk gemaakt, anderzijds werden grenzen van harmonie en ritmiek onderzocht en overgestoken (John Coltrane, Pharoah Sanders). Het resultaat was vrijere en expressievere geïmproviseerde muziek.

Eind jaren vijftig waren het Sun Ra en met name Ornette Coleman die de free jazz-stroming begonnen: een van de beginpunten was Coleman's album Free Jazz (1960); daarop speelden twee kwartetten, iedere 1 kant van het stereokanaal, die 38 minuten lang improviseerden zonder enige afspraak. Latere musici waren Albert Ayler en Eric Dolphy. In Europa vormden musici hun eigen free jazz, de zogeheten geïmproviseerde muziek omdat het veel minder jazzelementen bevatte; er waren ook invloeden uit folk en klassieke muziek hoorbaar. Beroemd met deze muziek werden de Nederlandse musici Misha Mengelberg, Willem Breuker en Han Bennink en het ICP-Orchestra (zij gebruikten en gebruiken nog steeds de term instant composition in plaats van improvisatie). Terwijl de free jazz commercieel onaantrekkelijk bleek, ontstond tegelijkertijd de veel beter verkopende fusion (zie hieronder).

 
* Fusion
Miles Davis
Aan het einde van jaren '60 slaat Miles Davis een nieuwe weg in. Hij gaat met zijn groep jazz mengen met populaire muziek, voornamelijk rock. Vandaar wordt fusion ook wel jazzrock genoemd. Het album Bitches Brew van Miles Davis wordt vaak beschouwd als het startsein van deze stroming. Muzikanten als John McLaughlin, Herbie Hancock, Chick Corea, Joe Zawinul, Tony Williams die allen met Miles Davis speelden beginnen met hun eigen fusion groepen: Lifetime, Mahavishnu Orchestra, Weather Report. Anderen beschouwen Larry Coryell als de eerste die reeds in 1966 met een 'fusion' tussen jazz, rock en blues experimenteerde, eerst in 1966 bij Chico Hamilton, in 1967 bij de Free Spirits en in 1968 bij Gary Burton. Fusion als stijl blijft populair gedurende de jaren '70.


 
* Het heden en de toekomst

De jazzmuziek mengde zich vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw langzamerhand met populaire muziek, en ook de bebop- en swing-jazz evolueert, denk daarbij aan stijlen als neo-bop, nu-jazz, acid-jazz, modern creative en free-jazz. De term jazz staat nu voor een veel breder scala aan muzieksoorten dan in de jaren '30 en '40 van de twintigste eeuw het geval was. Muziek evolueert, de jazzmuziek dus ook. Steeds nieuwe stijlen van jazz dienen zich aan, evenals ontelbare soorten van mengvormen met pop, soul, funk en rock. Jazz-fusion en latin-jazz zijn daar voorbeelden van. Vooral de verschillen in de aan- en afwezigheid van expressie en improvisatieruimte worden steeds groter.

Er zijn weinig musici geweest die oudere stijlen (New Orleans en Dixieland) bleven gebruiken. Toch is altijd belangstelling gebleven, zowel bij (amateur)musici als luisteraars, door zowel plezier als muziekhistorisch en uitvoeringstechnisch perspectief (Wynton Marsalis).

Jong talent dat van de jazz-opleidingen van de conservatoria komt kunnen de levende muziek laten voorbestaan, na andere in zich te hebben opgenomen. Zij kunnen -als een resultaat van de twintigste eeuw- een grote waaier aan muziek gebruiken en maken-, en daarmee toch individueel authentiek zijn.

 
* Levende muziek?

Sinds de komst van beheersbaarheid en toegankelijkheid van digitale geluidsreproductie worden opgenomen stukjes jazz verwerkt in popmuziek (lounge en jazz-dance). Op deze wijze komen de jongere generaties ook in contact met (afgeleiden van) de jazz. Door het machinaal reproduceren van opgenomen geluid in plaats van zelf spelen van een muzikaal gegeven zijn er geen of beperkte live-variatiemogelijkheden en is de vrijheid van improvisatie afwezig. Maar er ontstaan ook mengvormen. Voor- en tegenstanders van deze ontwikkelingen zijn overal te vinden en soms zijn de discussies verhit. Beide kampen hebben goede argumenten, maar vaak zijn deze niet op de zelfde basis geënt; is muziek met afwezigheid van elektrische gitaren en de aanwezigheid van blaasinstrumenten en een soepel ritme maar zonder dat het muzikale doel live-improvisatie is nu wel of geen jazz ?

 * Blue Note Records

Blue Note is een platenlabel uit New York.
Het label heeft bijgedragen aan het (latere) succes van veel jazzmusici, waaronder Art Blakey, John Coltrane, Miles Davis, Herbie Hancock, Thelonius Monk, Horace Silver en Grant Green. Het platenlabel werd in 1939 opgericht door Alfred Lion.
Veel beroemde opnamen zijn gemaakt in de (huis)studio van de eigenzinnige geluidstechnicus Rudy Van Gelder.
In 1941 trad Lion's jeugdvriend Francis Wolff bij Blue Note in dienst als business manager. Wolff fotografeerde ook de oefensessies van de jazzmuzisici, die door Lion voorafgaand aan de studio-opname werden georganiseerd.
De foto's van Wolff werden vaak gebruikt voor de platenhoezen van Blue Note die allemaal, en in een zeer kenmerkende stijl, werden ontworpen door grafisch vormgever Reid Miles.
Inmiddels is het label overgenomen door EMI.
Begin 21e eeuw verschijnen er verschillende cd's met mixen van oude Blue Note-successen, verzameld door DJ Maestro.


Gospel of gospelmuziek is een muziekgenre in de christelijke muziek.
Het Engelse woord 'gospel' betekent evangelie.

De gospelmuziek werd geboren in de katoenvelden van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten van Amerika.
Mahalia Jackson wordt algemeen gezien als 'de koningin van de gospelmuziek'.

Zwarte religieuze muziek die sterk beïnvloed werd door zowel de ritmische muziek die de slaven meebrachten uit Afrika als ook door de bevindelijke manier van geloven van de blanken.

Het leven na de dood, vaak aangeduid als het oversteken van de rivier de Jordaan, is een zeer vaak terugkerend thema.

Belangrijke vertolkers van de oervorm van de (zwarte) gospel waren/zijn Mahalia Jackson, Staples Singers en The Five Blind Boys of Alabama.

De term gospelmuziek wordt soms ook gebruikt als algemene aanduiding voor christelijke muziek. Feitelijk is dit onjuist, aangezien gospel verwijst naar één bepaald muziekgenre en christelijke muziek in alle muziekgenres wordt gemaakt.

Later in de jaren 1950 en 1960 vloeide hier de
SOUL uit voort, waarbij het religieuze karakter was weggevallen, met ook invloeden uit de rhythm & blues (R&B).


Soul is oorspronkelijk de naam voor een muziekstijl, ontstaan uit rhythm and blues en gospelmuziek. Het kwam op onder de Afro-Amerikaanse bevolking in het zuiden van de Verenigde Staten in de jaren '50 en '60 van de vorige eeuw. De eerste opnamen van Ray Charles, Sam Cooke en James Brown worden gezien als het begin van soul. Bij soul figureert veelal een enkele zanger(es) met ondersteuning van een traditionele band met ritmesectie en koperblazers.

De term
'Soul' staat voor Sound Of United Love.

Inmiddels wordt de term ook vaak gebruikt als algemenere naam voor Afro-Amerikaanse muziek.

~ Soul wordt ook wel De Vader Van R&B Genoemd.

 * R&B (Rhythm and Blues) R 'n' B

Rhythm and blues (ook gekend als R&B) is een muziekgenre met invloeden uit jazz, gospel en blues, oorspronkelijk ontstaan bij de Afro-Amerikaanse artiesten.
De term werd in 1947 ingevoerd door Jerry Wexler van Billboard magazine.
Het moest de plaats van race music (rassenmuziek) innemen, een term die beledigend opgevat werd door de zwarte gemeenschap in de VS.

R&B was een van de voorgangers van rock 'n' roll. Het bevatte sterke invloeden uit de jazz, jumpblues en gospel, maar beïnvloedde op zijn beurt ook de jazz. R&B, blues en gospel werden gecombineerd met bebop om hardbop te maken.

Vele muzikanten maakten jazz en R&B, zoals de swingbands van Jay McShann, Tiny Bradshaw and Johnny Otis. Count Basie had wekelijks een R&B-live-uitzending vanuit Harlem. Het icoon van de bebop, Tadd Dameron, maakte muziek voor Bull Moose Jackson en was twee jaar lang diens pianist, nadat hij zichzelf tot de bebop toegewijd had.

De meeste R&B-muzikanten waren jazzmuzikanten en vele muzikanten op Charlie Mingus' bekende jazz opnames waren R&B professionals.
Lionel Hampton's bigband van het begin van de jaren 1940 legde de basis voor vele beboplegendes van de jaren 1950.

De periode jaren 1950 was het begin van de klassieke R&B. De bekende Chuck Berry was een van deze R&B gitaristen. Overlappend met andere genres als jazz en rock 'n' roll ontwikkelde R&B regionale specialisaties. Een sterke stroming langs de "blues-kant" kwam van New Orleans en was gebaseerd op een vloeiend piano-spel, gelanceerd door Professor Longhair. Tegen het einde van de jaren 1950 scoorde Fats Domino met "Blueberry Hill" en "Ain't That a Shame". Andere artiesten die een Louisiana-touch gaven aan R&B waren o.a. Clarence (Frogman) Henry, Frankie Ford, Irma Thomas, The Neville Brothers en Dr. John.

Aan het begin van de jaren 1960 nam R&B meer en meer invloeden over van gospel met artiesten zoals Ray Charles, Sam Cooke, James Brown en Aretha Franklin, en kreeg het de naam SOUL. Barry Pearson schreef dat dit een naam was die door de zwarte gemeenschap aan de muziekindustrie opgelegd werd. Hoe dan ook, een goede 10 jaar later kende de R&B een ware comeback. In de loop van de jaren 1960 steeg het aantal blanken dat het label R&B op hun muziek kleefden (en soms ook blue-eyed soul, terwijl het eerder naar de rock 'n' roll neigde), zoals The Yardbirds, The Rolling Stones, The Pretty Things, The Small Faces, The Animals, The Spencer Davis Group en The Who.



"Hitsville U.S.A." is geen plaats, maar de bijnaam voor het eerste hoofdkantoor van Motown Records. Het adres van Hitsville U.S.A. was 2648 West Grand Blvd. in Detroit, Michigan.
Vóór Berry Gordy, de oprichter van Motown het gebouw in 1959 kocht was in het pand een fotostudio gevestigd. Het gebouw werd omgebouwd tot hoofdkantoor annex opnamestudio, waar 22 uur per dag opnames plaats konden vinden.

Motown, oorspronkelijk Tamla Motown, is de naam van een platenmaatschappij, in 1959 opgericht door Berry Gordy in Detroit. Motown is de afkorting van 'Motor Town', een bijnaam voor de stad Detroit. Tegenwoordig is Motown in handen van het grootste muziekconcern ter wereld, Universal Music Group. Tamla Motown, in 1959 door Berry Gordy opgericht, was de hitfabriek en het antwoord op de deep soul uit het zuiden van de VS, bekend van labels als Atlantic en Stax. (Lees verder).
Motown was van meet af aan radiovriendelijker en het leverde Gordy en zijn mensen een onnavolgbaar aantal nummer 1 hits op. (Lees ver
der).
* Platenlabels die door Motown gevoerd werden waren, o.a.:

Tamla Motown
Gordy Records
Motown
MoWest
Invictus

Kenmerk van de "Motownsound", het typisch geluid van de platen van het Motown label, is dat ieder instrument zodanig werd opgenomen en in de stereomix gezet dat de instrumenten een eigen plek in het spectrum kregen. Het label beschikte over een huisband, 'The Funk Brothers', die voor een groot deel van de platen van het label voor de muzikale begeleiding zorg droegen. De documentaire "Standing in the Shadows of Motown", uit 2002, gaat over de muzikanten van die band die altijd anoniem op de achtergrond zijn gebleven, maar samen wel voor een belangrijk deel verantwoordelijk zijn voor dat specifieke geluid.

Op 12januari 1959 leende Berry Gordy 800 dollar bij zijn vader en richtte Tamla Records op. Gordy veranderde al snel de naam van zijn label in Motown, naar de in die tijd bloeiende auto-industrie in Detroit (ook wel Motor City genoemd).
Gordy wilde met het label zwarte artiesten laten doorbreken in de hitlijsten.
Hij vergeleek het met een autofabriek die metalen onderdelen verandert in glanzende bolides. Motown werd een echte hitfabriek met een team van hitschrijvers en gehaaide marketingjongens. Dat was ook het uitgangspunt van Berry Gordy.
Die wou geen muziek maken waar alleen zwarten van hielden, maar hits waar alle Amerikanen achter stonden.

Hoewel Motown furore maakte in een tijd van raciale ongelijkheid en spanningen in de VS, bleef de muziek zich kenmerken door positieve, optimistische klanken en teksten. De unieke 'Motown Sound' kan worden omschreven als een muziekstijl van soul muziek met hier en daar ietwat vage 'pop invloeden' (voor de blanken).
Het label beleefde zijn hoogtijdagen in de jaren 60 en 70, maar ook nog meer recentelijk produceerde het veel hits door artiesten als Boyz II Men, Brian McKnight en Erykah Badu.


In 1998 werd Motown verkocht Gordy Motown aan Universal Music Group, voor de som van $61.000.000, om verder te blijven bestaan als Universal Motown. Niettemin blijft Gordy zich op 79-jarige leeftijd nog altijd keihard inzetten voor het label.
Dat Motown na vijftig jaar nauwelijks iets aan glans heeft ingeboet, bewijst een nieuwe generatie artiesten met Amy Whinehouse en Duffy op kop. Hun songs klinken soms zo retro dat het soms hard zoeken is naar het vernieuwende aspect ervan. Tegenwoordig is Motown in handen van het grootste muziekconcern ter wereld, de Universal Music Group. De jongste generatie van Motown artiesten zijn onder anderen Nick Cannon, Nelly en India.Arie.

Veel bekende artiesten zijn gestart bij Motown, zoals Michael Jackson en The Jackson Five, Diana Ross en The Supremes, Lionel Richie en The Commodores,
The Temptations, Stevie Wonder, Four Tops, Smokey Robinson en The Miracles, Marvin Gaye, Rick James en, als zeldzame blanken, Meat Loaf, Kiki Dee en
R. Dean Taylor en nog veel, veel meer. (Allemaal grote artiesten)!
Motown perste meer dan tweehonderd nummer één hits, wereldwijd.
In 2009 viert MOTOWN z'n 50ste verjaardag met een Europese tour!








Stax Records is een muzieklabel, opgericht in Memphis (Tennessee), VS in 1957 door Jim Stewart (Middleton (Tennessee), 29 juli 1930) en Estelle Stewart (Middleton, Tennessee, 11 september 1918 - Memphis, Tennessee, 24 februari 2004).
Zij waren blank. Het label brengt Southern soul-, Memphis soul-, gospel-, funk-, jazz- en bluesplaten uit. Het produceert voornamelijk African-American-platen.

~ Estelle Stewart
Stewart had altijd al een bijzondere interesse in popmuziek. Ze speelde orgel en was sopraan in het familie-gospelkoor. In 1935 kwam Stewart naar Memphis om voor onderwijzeres te gaan leren. Tijdens haar opleiding kwam ze haar toekomstige man Everett Axton tegen. Een jaar later zou ze terug naar Memphis komen om haar broer les te geven. In 1941 trouwde ze met Axton. Ze bleef tien jaar thuis om voor de twee kinderen te zorgen, voordat ze bij een bank ging werken. In 1961 startte ze de Satellite Record Shop. Tot 1969 bleef Axton bij Stax, om daarna het eigen label Fretone op te richten. Toen ze wegging bij Stax had ze de afspraak met haar broer gemaakt dat ze geen activiteiten in de platenbusiness zou ondernemen en nam haar zoon Charlie (Packy) Fretone over. Fretone had in 1976 een grote hit met het liedje Disco Duck, gemaakt door Memphis DJ Rick Dees.


~ Jim Stewart en Axton
De ouders van Axton en Stewart (Ollie and Dexter Stewart) hadden een boerderij. Toen Stewart tien jaar was kreeg hij een gitaar van zijn vader, en leerde zelf dit instrument te bespelen. Na de Highschool werd hij fiddlespeler in een countrygroep. Deze speelde geregeld op squaredance feestjes die in de buurt werden gegeven.
De groep werd beïnvloed door The Western Swing of Bob Willis en Texas Playboys, Pee Wee King, Tex Williams, en de honkytonk-muziek van Hank Williams, Moon Mullican en Ernest Tubb. Overdag werkte hij bij een bank, en tussen 1953 en 1956 zat hij in het leger. Daarna kwam Stewart bij de bank terug en kreeg een baan bij the Eagle's Nest op de Lamar Avenue.

Jim Stewart wilde in 1957 een eigen plaat uitbrengen en ging naar Sun Records en andere labels. Erwin Ellis (zijn kapper) was eigenaar van het kleine label Erwin Records en leende hem het geld om de plaat te produceren, maar niemand was geïnteresseerd in zijn nummers. Ellis leerde Stewart de basis om een onafhankelijk platen label te leiden. Stewart begon een klein label in 1957 genaamd Satellite Records. De studio was een garage van een oom van zijn vrouw. Het eerste plaatje dat werd uitgebracht was in 1958 een country en western liedje met de titel Blue Roses, geschreven door Fred Bylar. Byler, Neil Herbert (gitarist) en Stewart werden partners.

Stewart leende van zijn zus geld om een Ampex 350 monaural taperecorder te kunnen kopen. Het label verhuisde naar het voormalige Capitol Theatre in Memphis.
Dit gebouw gaf het typische akoestische geluid waar de platen om bekend stonden.
In 1958 vroeg Stewart weer Estelle om geld in het platenlabel te investeren.
Ze nam een tweede hypotheek op haar huis en ze kochten een nieuw pand met nieuw apparatuur. Het gebouw stond in Brunswick, Tennessee.

"The Veltones" was de eerste zwarte groep die een plaat opnam bij Stewart en Axton. Het album, met de titel Fool in Love/Someday, kwam uit in de zomer van 1959. Mercury Records wilde het album nationaal uitbrengen maar het album werd slecht ontvangen. Stewart ontving daarom verder geen geld meer van Mercury Records.
In 1960 verhuisde het label terug naar Memphis in het oude Capitol movie theater. Het geld was op en Axton begon een platenwinkel om zo inkomsten voor het label te genereren.

 
* Eerste hits

Rufus Thomas had eerder een klein hitje gehad bij
Sun Records, genaamd Bearcat. Thomas en zijn dochter Carla - die toen zeventien jaar was - namen een duet op met de titel Cause I Love You. Het werd een lokale hit in Memphis. Het liedje werd opgemerkt door Jerry Wexler. Hij was de Vice President van Atlantic Records en bracht het liedje uit. Na Cause I Love You, schreef Carla Thomas een nieuw liedje: Gee Whiz. Het kwam uit bij Satellite, maar Wexler claimde het gelijk voor Atlantic en het werd nationaal uitgebracht bij Atlantic. Gee Whiz kwam in de Billboard van de VS op #5 en werd de eerste hit van Stewart en Axton.

Axton's zoon Charlie (bijgenaamd Packy) speelde tenorsaxofoon in een rock 'n roll band die de naam de Royal Spades droeg. De groep bestond verder uit Steve Cropper op gitaar, Charlie Freeman op gitaar, drummer Terry Johnson, baritonsaxofoonspeler Don Nix en bassist Donald "Duck" Dunn. Ze veranderden hun naam in the Mar-Keys en namen een instrumentale plaat op met de naam Last Night. De tweede hit voor Stewart en Axton was geboren.

Stewart kwam erachter dat er in Californië een ander platenlabel was met de naam Satellite. Om problemen te voorkomen veranderden Stewart en Axton hun naam in Stax: de ST van Stewart en de AX van Axton.

Booker T. Jones was een jonge pianist die in de buurt van de studio Stax woonde.
Hij werd lid van The Mar-Keys. Samen met Steve Cropper en Duck Dunn van de Mar-Keys en Al Jackson - die ook lid was geworden - werden ze het geluid van Stax. Ze namen tevens platen op onder de naam Booker T. & the M.G.'s (MG's staat voor Memphis Group). Ze kregen snel een enorme hit met Green Onions. Steve Cropper en Booker T. Jones kregen een belangrijke rol binnen de Stax.
Ze schreven liedjes en produceerden voor Stewart.

In 1962 nam Johnny Jenkins in de Studio van Stax een single op voor Atlantic. De opnamesessie werd niets en Otis Redding mocht het laatste half uurtje These Arms of Mine opnemen. Otis was de chauffeur van Jenkins en was toen 21 jaar oud. De ballade These Arms of Mine werd in oktober 1962 uitgebracht via het label Volt. Volt was een onderdeel van Stax, vooral gericht op rhythm en blues. Het werd een grote hit in 1963. Otis kwam bij Stax en nam Pain In My Heart op, wat eveneens een grote hit werd.

 
* Uitbreiding van artiesten

Door het succes bij Stax van Booker T. and the MG's, Carla Thomas, The Mar-Keys en Otis Redding, kwam het duo Sam & Dave en Wilson Pickett bij dit label terecht. Dit gebeurde via Atlanta. William Bell, Eddie Floyd, the Mad-Lads, Isaac Hayes en David Porter had Stax zelf gecontracteerd. Al Bell werd gecontracteerd om de leiding te nemen bij Stax. Bell was een zwarte diskjockey die bekend was in Washington DC: hij kreeg de leiding over Stax.

 
* Stax versus Atlantic

Atlantic Records (Atlantic Recording Corporation) is een Amerikaans platenlabel dat een dochteronderneming is van Warner Music Group.
Het label is opgericht in 1947 door Ahmet Ertegun en Herb Abramson.
Hiervoor werd $10.000 geleend van een vriend van de familie Ertegun, die hiervoor een hypotheek vestigde op zijn huis. In het begin was het alleen een jazz en R&B label. In 1953 werd Jerry Wexler door Ertegun binnengehaald omdat Abramson werd opgeroepen door het leger voor de oorlog in Korea. Bij zijn terugkeer in 1955 was zijn positie geheel door Wexler ingenomen. In plaats van met ruzie uit elkaar gaan kreeg Herb Abramson het label Atco onder zijn beheer. Als dank voor bewezen diensten werden The Coasters en Bobby Darin bij dit label ondergebracht voor Ambramson om mee te werken. Broer Nesuhi Ertegun werd in 1955 aangetrokken.
Hij kreeg leiding over het jazz gedeelte van het label en was verantwoordelijk voor grote platencontracten zoals met Charles Mingus en John Coltrane, later is deze positie ingenomen door Joel Dorn. In 1958 verliet Abramson het bedrijf.
In hetzelfde jaar kochten Ertegun en Wexler de overige twee aandeelhouders uit voor meer dan drie miljoen dollar. Deze investering werd ruimschoots terugverdiend met twee hits van Bobby Darin in 1958, te weten "Splish Splash" en "Queen of the Hop".

Ook al begon het als onafhankelijk label; het werd toch een grote speler in het veld in de jaren met regulieren pop contracten zoals Sonny & Cher.
Het verdiende bruto 123 miljoen dollars.

Stax verloor zijn belangrijkste artiest Otis Redding door een vliegtuigcrash in 1967.(Sittin' On) The Dock of the Bay, werd postuum zijn grootste hit. Tevens kwam Stewart erachter dat Stax een contract had met Atlantic Records waaruit bleek dat Atlantic de eigenaar was van alle Staxleden die zij aangedragen hadden.
Stewart verkocht het Atlanticgedeelte van Stax voor miljoenen dollars in mei 1968 aan filmmaatschappij Gulf and Western.
Zo was Stewart verlost van het contract met Atlanta.

Ondanks dat Sam & Dave onder contract stonden bij Atlantic en dus nu niet meer bij Stax waren en Redding niet meer leefde, bleef Stax succesvol. Stax had hits met Booker T. and the MG'S, Johnnie Taylor en William Bell. Isaac Hayes maakte zijn eerste album met de naam Presenting Isaac Hayes. Het werd geen succes, maar Stax richtte in 1967 een sublabel op met de naam Enterprise. Het tweede album, Hot Buttered Soul van Hayes, werd bij dat label wel een groot succes. Het album was gemaakt met een symfonieorkest en bevatte covers en één zelfgeschreven nummer.

Stewart kwam erachter dat Gulf and Western geen enkel benul had hoe het allemaal werkte in de platenindustrie en kocht het label weer terug. Dit gebeurde in overleg met Al Bell in 1970. Motown was een nieuw label waar Stewart last van kreeg.
Motown was namelijk het nieuwe label dat "zwarte" muziek uitbracht.

 
* Wattstax

Stax Records had een nieuw plan bedacht en organiseerde Wattstax, ook wel het zwarte Woodstock genoemd. Op 20 augustus 1972 werd het concert gehouden in het Coliseum in Los Angeles. Natuurlijk waren Isaac Hayes, Rufus en Carla Thomas aanwezig. Maar bijvoorbeeld The Staple Singers , Eddie Floyd, The Bar-Kays, Johnnie Taylor, Albert King en The Emotions waren er ook. Dominee Jesse Jackson en de opkomende komiek Richard Pryor hadden tevens beiden een rol tijdens het concert. Richard Pryor was uitgenodigd vanwege zijn humor en om over het leven als een zwarte in de VS te discussiëren. Jesse Jackson droeg onder andere zijn bekende gedicht "I Am - Somebody" voor.
Er werd een documentaire van het concert gemaakt door Mel Stuart.
De film werd uitgebracht door Columbia Pictures in februari 1973.

 
* Columbia Records

Bell maakte in 1972 een deal met Columbia Records. Dit muzieklabel gaf Stax zes miljoen dollar om uit te breiden. Met datzelfde geld werd Stewart in oktober 1972 uitgekocht door Bell. Hoewel Stewart geen eigenaar meer was van Stax hadden ze de afspraak gemaakt dat Stewart vijf jaar president van het label bleef en dat Bell het label zou blijven runnen. Bell en Clive Davis (president van Colombia Records) hadden een zogenaamde "handshake deal" gemaakt. De deal was dat Colombia Records Stax 100% betaalde voor iedere single en album dat werd uitgebracht. Davis werd echter ontslagen bij Columbia en de deal werd veranderd in een 40%-betaling. In 1974 had Stax een grote hit met Woman to Woman van Shirley Brown waardoor Stax nog even uit de moeilijkheden bleef qua financiën. In 1975 kreeg Stax het serieus moeilijk met betalingen en in 1976 ging Stax failliet.

* Zie ook OKEH RECORDS!


 
* De terugkeer van Stax

In de zeventiger jaren begon de disco-periode en Stax produceerde niets meer. In 1977 werden alle mastertapes - die niet van Atlanta waren - verkocht aan Fantasy Records voor $1.3 miljoen, hoewel ze veel meer waard waren. In 1988 bracht Fantasy het album Top of the Stax, Vol. 1 uit. Het was een album met twintig "Greatest Hits" liedjes van verschillende artiesten. In 1991 kwam Vol. 2 uit.

Atlanta bracht in 1991 The Complete Stax/Volt Singles 1959-1968 uit. Het was een box die uit negen cd's bestond, met alle a-kanten van de Stax platen die Atlanta toentertijd had uitgebracht. Daarvoor kreeg Producer Steve Greenberg een Grammy Awardnominatie in de categorie Best Historical Album. Schrijver Rob Bowman kreeg een nominatie in de categorie Best Album Notes. In 2001 werd de box goud. In de jaren 1993 en 1994 bracht Fantasy Volumes 2 en 3 van de Complete Stax/Volt Soul Singles series uit. Op Volume 2 staan de Stax/Volt singles van 1968 tot 1971.
Op Volume 3 de singles van 1972 tot 1975. Rob Bowman kreeg voor Volume 3 een "Best Album Notes" Grammy Award. In 2000 bracht Fantasy de box The Stax Story uit. Het bevat materiaal dat voor 1968 was uitgebracht.
De arrangementen waren van Atlantic records.

Concord Records kocht de Fantasy Label Group in 2004 en ze kondigden in december 2006 aan dat ze via Stax weer muziek gingen uitgeven. Op 13 mei 2007 kwam er een 2cd-box uit, omdat Stax vijftig jaar bestond. De box bevat 50 liedjes uit de hele geschiedenis van Stax Records.

In hetzelfde jaar tekenden Isaac Hayes, Angie Stone en Soulive een contract bij de nieuwe Stax. De eerste cd die Concord maakte voor Stax was een tributealbum van Earth, Wind & Fire. Verschillende artiesten zongen liedjes van de bekende groep. De titel van de cd is Interpretations: Celebrating The Music of Earth Wind & Fire. Soulive was de eerste artiest bij Stax die met een album vol met nieuwe liedjes kwam. Deze cd kwam op 10 juli 2007 uit. Op 26 februari 2008 werd er een cd uitgebracht met covers van Motown, genaamd Soulsville sings Hitsville. Isaac Hayes is op de cd te horen met het nummer Never Can Say Goodbye van de Jackson 5. Tevens zingen Mavis Staples, Barbara Lewis, Billy Eckstine, The Mar-Keys, Fredrick Knight,
O.B. McClinton, The Bar-Kays en The Soul Children op de cd.

Op de plek waar de originele Staxstudio stond staat nu het Staxmuseum.
Op 18 maart 2002 werd Stewart opgenomen in the Rock and Roll Hall of Fame.
Lijfspreuk van Axton: "We didn't see colour, we just saw talent".
In 2007 ontving Axton postuum the Grammy Trustee's Award.
Op 15 augustus 2008 overleed Jerry Wexler, op 91 jarige leeftijd.


Ska vindt zijn oorsprong op Jamaica waar het aan het einde van de jaren vijftig langzaamaan ontstond als variant op de rhythm and blues zoals die destijds in New Orleans werd gespeeld. De muziek van rhythm-and-bluesartiesten als Professor Longhair en Fats Domino was destijds zeer populair op Jamaica. Het publiek maakte kennis met deze klanken door naar de radiostations van New Orleans te luisteren of door sound systems: mobiele geluidsinstallaties waarmee diskjockeys feestjes opluisterden. Jamaicanen die de muziek zelf begonnen te spelen legden steeds meer de nadruk op de afterbeat. In de zang en de arrangementen klonk de invloed van Caraïbische muziekstijlen als de Jamaicaanse mento en de calypso van Trinidad door. Vanaf het moment dat platenproducer Coxsone Dodd en zijn opnamestudio Studio One in Kingston zich intensief met de muziek gingen bemoeien, groeide de ska uit tot de eerste typisch Jamaicaanse muziekstijl.

Via Jamaïcaanse immigranten kreeg de muziek ook in Engeland voet aan de grond. Guns of Navarone van the Skatalites was de eerste Jamaïcaanse plaat in de Engelse hitparade. In navolging van leden van Jamaïcaanse jeugdbendes, de zogeheten 'rudeboys', maten de Britse skafans zich een gemillimeterd kapsel aan.
Ze werden skinheads genoemd - destijds de anti-intellectuele, onder jongeren uit de arbeidersklasse populaire tegenhanger van het hippiedom. Sommige, maar lang niet alle, skinheads ontwikkelden zich gedurende de jaren zeventig tot sympathisanten van ultra-rechtse politiek.

In de loop van de jaren zestig kregen Jamaïcaanse muzikanten kennelijk de behoefte om steeds langzamer te gaan spelen. Ska ontwikkelde zich hierdoor eerst tot rocksteady, dat jarenlang het favoriete geluid voor tropische zomerhitjes zou blijken, en later tot het aanvankelijk weer iets snellere, maar later nog lomere reggae.

Rond 1979 beleefde de ska in Engeland een revival onder aanvoering van de band The Specials. Hierdoor brak skamuziek ook op het Europese vasteland door.
Spoedig volgden meerdere Britse groepen, zoals The Selecter, The Beat, Bad Manners en Madness, die de ska combineerde met humoristische en soms politieke teksten.

Britse skabands speelden een soort ska die sneller en puntiger klonk dan de Jamaicaanse ska. (De minder aangename "punkska").

De kleding die bij ska hoorde was beïnvloed door de kleding die Jamaicaanse immigranten in Engeland droegen : gleufhoeden met vaak tweedehandse maar nette herenkleding. Opvallende toevoegingen hieraan, bestonden uit zwart-wit geblokte details, smalle stropdassen, buttons en puntige schoenen met een lage hak. Het geheel had veel weg van de jaren vijftig look met een knipoog.

De haardracht voor jongens was, onder invloed van de skinheads van de jaren zestig, over het algemeen gemillimeterd of kaalgeschoren. Dit teruggrijpen op het skinhead-modebeeld leidde ertoe dat TwoTone-evenementen steeds vaker uitpakten als verzamelplaats voor een groepering die zich eveneens van het skinhead-imago bediende: jonge rechts-extremisten. Vooral de band Madness (de enige Skagroep die volledig uit blanke muzikanten bestond, zij brachten, als een van de weinigen, hun platen uit onder het label "Stiff Records", een naamsverwijzing naar de wat stijf aandoende ska-muziek, de Britse "stijve" cultuur en de bekende Engelse "stiff upperlip") werd in de beginjaren door dergelijke groepen geclaimd als hun band. Dat deze liefde niet wederzijds was, blijkt al uit het feit dat Madness vernoemd was naar een nummer van de zwarte muzikant Prince Buster en dat hun eerste single 'The Prince' een eerbetoon aan deze ska-pionier is. Ook het platenlabel TwoTone, dat het centrum van de ska-revival vormde, had een uitgesproken anti-racistische achtergrond. Het label werd opgericht door Jerry Dammers: een politiek geëngageerde muzikant, die later onder meer bekend werd als de schrijver van het nummer 'Free Nelson Mandela' en als organisator van 'Rock Against Racism'-evenementen.
Toch bleven agressieve rechts-extremisten aansluiting zoeken bij de ska-rage.
Hun aanwezigheid bij optredens leidde regelmatig tot ongeregeldheden en was daarmee naast de veranderende tijdgeest (verzakelijking ) één van de oorzaken van de teloorgang van de moderne (blanke) ska.


Funk is een muziekstroming afkomstig uit Noord-Amerika. Funk is een sterk ritmische muziekstijl en leunt sterk op het ritmisch staccato samenspel tussen percussie, baslijnen, slaggitaren en blaasinstrumenten.
In funk benadrukt de ritmesectie (vooral de bas) de eerste noot van de maat.
Het woord "funk" betekent van origine lichaamsgeur of de geur van geslachtsgemeenschap en werd in het algemeen als een onfatsoenlijk woord ervaren.
In de Afro-Amerikaanse muziek gebruikte men de aanduiding "funky" om dat deel van de muziek aan te geven dat los, sexy, langzaam, riff-georiënteerd en/of dansbaar was. Funk kan dus gezien worden als een subgenre binnen Rhythm and Blues en de term wordt sinds medio jaren 1960 als genre-aanduiding gebruikt.

 
* Jaren zestig

In de jaren zestig ontstond funk als muziekgenre, voornamelijk ontwikkeld door James Brown en de groep muzikanten rondom hem en later ook door de The Meters.
Artiesten van het eerste uur waren onder andere Bootsy Collins, Charles Wright & the Watts 103rd Street Rhythm Band, George Clinton, Maceo Parker, Sly & The Family Stone, The Commodores, The Isley Brothers, Alan Evans, The Ohio Players en War.

 
* Jaren zeventig

In de jaren zeventig ontstond een nieuwe stroming binnen de funk die George Clinton en zijn Parliament/Funkadelic-collectief p-funk noemde. Funk ligt ook aan de basis van de disco, dat opkwam aan het eind van de jaren zeventig. Bekende artiesten uit deze tijd waren Earth, Wind & Fire en Rick James. Ook ontstond in de jaren zeventig de jazzfunk met onder andere Herbie Hancock met het album Headhunters uit 1973.

 
* Jaren tachtig

In de jaren tachtig ging de funk zich steeds meer vermengen met andere muziekstijlen. Zo ontstond in de Amerikaanse stad Minneapolis een aparte funkscene, met name dankzij het succes van de artiest Prince. Deze mengden onder andere pop, new wave en rock met funk. Ook de in 1989 doorbrekende Red Hot Chili Peppers hadden sterke funkinvloeden in hun muziek en speelden hoofdzakelijk funkmetal en later ook funkrock.
Ook had de funk veel invloed op de commerciëlere popmuziek in en vanaf deze tijd.

 
* Jaren negentig en 2000

Vanaf de jaren tachtig was funk voornamelijk van invloed op de grooves en samples in respectievelijk de dance en de hiphop. Binnen de hiphop zag met name de rapgroep Digital Underground zich als een voortzetting van de P-funk.
Een meer met jazz verbonden revival ontstond met artiesten als John Scofield, Medeski Martin & Wood of Soulive
Daarnaast ontwikkelde zich de uit Amerika overgewaaide Hammondbeat, gekenmerkt door veelal instrumentale en hypnotiserende funkgrooves, waarin scheurende hammondorgels en wah-wah-gitaren centraal staan, met artiesten als The New Mastersounds, Breakestra, Speedometer, Big Boss Man, Galactic en The Bamboos.
Ook de Dancescene liet het funkidioom niet los met een nieuwe variatie genaamd nufunk. Laatstgenoemde stroming kenmerkt zich met opgevoerde hiphopbeats en al dan niet zelf gespeelde funk- en jazzpatronen. Toonaangevend in laatstgenoemde variant zijn artiesten als Dr Rubberfunk, Skeewiff, Lack of Afro, Chris Joss, Max Sedgley, Smoove, Thunderball en DJ Slow.



Verjeugding met samenhangend waardeverlies?
Urban pop of het begin van de verloedering van het betere genre?
Sommige denken van niet, andere dan weer van wél.
Beslis voor jezelf na volgende teksten en genres.

Urban pop (ook wel neo-R&B, of simpelweg R&B genoemd) is een hedendaags urban muziekgenre, dat vaak verward wordt met traditionele rhythm and blues en commerciële hip hop. Echter, met laatsgenoemd genre wordt alleen muziek bedoeld waarin rap voorkomt. Dit muziekgenre bevat lichte invloeden uit de hip-hop en motown en wordt vooral gemaakt door Afro-Amerikanen, maar is meer commerciëel gericht dan soul, funk, rhythm and blues of hiphop.
Vandaag de dag hebben veel popmuziek-artiesten urban pop-invloeden in hun muziek, die de hogere muzikale waarde spijtig genoeg niet steeds ten goede komt.

Urban (letterlijk 'stedelijk') is een term die vooral sinds het jaar 2000 gebruikt wordt om muziek- en cultuurstromingen aan te duiden die met hiphop, rap en Rhythm-and-blues (R&B) te maken hebben.

De term is afkomstig uit de Verenigde Staten, waar in grote steden als New York de straatcultuur opbloeide. Letterlijk wordt er, heden, met urban niets anders dan de nieuwtijdse stedelijke straatcultuur bedoeld.

Een huidig van urban is ordinair uiterlijk vertoon, waarbij gedacht moet worden aan zaken als bling bling. In de Verenigde Staten hoort hier tevens het leven in bendes bij. Dit laatste behoort echter meer toe aan hiphop, blanke ska en rap dan aan R&B.

Een belangrijk onderdeel van de nieuwe urban cultuur is de urban fashion. Deze kenmerkt zich door het dragen van slonzige 'baggy' broeken en t-shirts.
Gekende urban merken zijn Karl Kani, Ecko, G-unit en Phat Farm.

Urban is een cultuurstroming die met name gebezigd wordt door niet-blanken.
In de Verenigde Staten zijn vooral African Americans en Hispanics urban-artiesten. In Nederland en België vooral minderheidsgroepen als (afstammelingen van) Antillianen, Turken, Marokkanen en Surinamers.
Ook een bepaalde klasse blanke jongeren doen hieraan mee.
Toch zijn hier ook enige uitzonderingen op, zoals rappers Eminem en Brainpower.


De moderne R&B (eigenlijk nu-R&B of neo-R&B, tegenwoordig ook wel R'n'B (Rap 'n' Beat) of Urban pop genoemd) is gebaseerd op de originele R&B (Rhythm & Blues) zoals die halverwege vorige eeuw ontstond uit een combinatie van 50's pop en blues, met een vleugje 50's slow rock. Halfbloed mobo (black music) dus. Jonge mobo-artiesten zorgden eind tachtiger jaren voor een moderne transformatie van dit klassieke muziekschema, dat ze in een elektronisch jasje staken. Na de wederopleving van dit muziekschema begin negentiger jaren, begon de neo-R&B steeds meer invloeden te ondervinden van de hiphop, die ondertussen eind zeventiger jaren was ontstaan. Vooral omdat de meeste jonge mainstream-mobo-artiesten en -producenten zich op beide vlakken bewogen. De neo-R&B begon steeds meer 'n eigen sound te krijgen door deze invloeden van de hiphop, die eind negentiger jaren een evolutieboost ondervond. Innovatieve producenten zorgden dat ook de nu-R&B evolueerde, wat resulteerde in een nieuw muziekras, de elektronische neo-R&B. Intussen was dit format zover afgedreven van het originele muziekschema uit de vorige eeuw, dat -omdat de gelijkenis nagenoeg weggeëvolueerd was- de neo-R&B een nieuwe benaming kreeg: urban. Omdat dit een muziekstroming was die ontstond in en stond voor de urbane subculturen van de moderne (commerciële) maatschappij. Hierdoor is urban nauw verweven met de moderne hiphop, die begin tachtiger jaren een vergelijkbare ontwikkeling had doorgemaakt. Nauw verweven dus, maar toch met enkele karakteristieke verschillen. Zo is de urban vaak commerciëler gericht en veel duidelijker mainstream. Het format is melodieuzer, vaak ook geschikter gemaakt voor zang en dans. Meestal voert de zang de boventoon. De hiphop, daarentegen, legt meer nadruk op de lyriek (Opvolger van de "Folk"), en is dus veelal van oorsprong bedoeld als luistermuziek (met uitzondering van commerciële hiphop).


Hiphop (ook wel geschreven als hip hop of hip-hop) is een culturele beweging, vooral bekend als muziekstijl. Het is ontstaan in de jaren '70 van de twintigste eeuw in New York, en dan voornamelijk in de arme wijk The Bronx, die destijds bewoond werd door vooral arme, meer ongeletterde Afro-Amerikanen en Latino's.

Hiphop is niet alleen maar een vorm van muziek maken, maar gaat veel dieper dan dat. Het is een manier om de samenleving een spiegel voor te houden (maar niet altijd). De hiphopteksten gaan vaak over dingen die fout gaan op onze aarde (en in de getto's), of over het leven van de hiphopper. Hiphop is een krachtige cultuur en heeft er voor gezorgd dat de onderklasse uit de getto's en andere achterbuurten een eigen stem kregen. Hiphop was onderdeel van een emancipatiebeweging van de bewoners van de getto's, en deze oorsprong heeft een stempel gedrukt op hiphopcultuur in brede zin.

Veel mensen denken dat hiphop in de Verenigde Staten is begonnen, maar dat is het niet: in Brazilië werd de basis voor Hiphop al gevormd.
Dat waaide over naar Jamaica en uiteindelijk naar de Verenigde Staten waar het door pioniers zoals run DMC is overgebracht op tv.
Dit heeft ook een grote invloed gehad op de rapmuziek, voorbeelden zijn: Cypress Hill, Beastie Boys, Wu-Tang Clan, Ice T (bodycount) en Jay-Z.

Op zogeheten 'block parties' (wijkfeesten) in de jaren 1970 mixen dj's, zoals DJ Kool Herc, met twee kopieën van eenzelfde funk of electro-plaat de drumsolo's (of breakdowns) aan elkaar. Als de breakdown (of break) op de eerste plaat eindigt, mixen ze de tweede kopie erdoor enzovoort. Op deze manier ontstaat een nieuw nummer met enkel drums, waar de dj overheen scratcht.

De MC (Master of Ceremonies) of rapper is de uitvoerende artiest.
Veel artiestennamen van rappers beginnen met "MC" (spreek uit: em-sie).
De oorsprong van rappen ligt in het toasten, wat een soort of half zingende praten of alleen praten maar dan in rijmachtige manier opspreken, is over een nummer heen.
Hier noemen ze dat "iemand overzagen".

Breakdance en graffiti zijn twee ondersteunende kunstvormen.
De eerste is een vorm van dans, de tweede is het maken van visuele kunstwerken met behulp van spuitbussen. Graffiti wordt vaak op muren in de openbare ruimte gespoten, waardoor het ook als overlast beschouwd wordt, tot schandalig toe.
Men ziet momenteel in alle steden volgespoten muren met rommel.

Bij turntable-isme zijn strakke overgangen niet voldoende (zoals bij beatmixen). De technieken (zoals cutting, scratching, spinnen en juggling) zijn hier veel belangrijker. Een vertaling van turntable-isme is: ‘one who uses the turntable in the spirit of a musical instrument’ ofwel; ‘iemand die een draaitafel gebruikt in de geest van een muziekinstrument’. De huidige dj-generatie: Mix Master Mike, Jean, Erick-E, DCS, Marco V., Hyped Hendriks en DJ Garry die in de DMC mix tijd zijn begonnen zijn met de acrobatiek op de draaitafel. (Acrobatiek!)(?).

Verdere evoluties vinden we in New Beat - Breakdance - House - Techno - Dance -
New Lounge - Deep House - Acid Jazz - Cool Jazz - NuJazz ...
Wat ook rechtstreeks in verband staat met
SOUL is 'Garage'.
Ook, de meer volkse, 'Disco' is ontstaan uit de
SOUL muziek.

Teksten uit WIKIPEDIA de vrije encyclopedie.
 

EXTRA
!
 

* "Groove-" en "Popcorn Soul Oldies"

Uit de betere bovengenoemde categorieën ontstond in België, anno 1969 een bepaalde muziekstijl, samen met een elegante swingstijl, namelijk de Popcorn Soul Oldies!
Van oorsprong (origine) ritmisch, kwaliteitsvol, swingend, meeslepend en heidens!
Typisch "GOLDEN SIXTIES"!
De échte en originele Popcorn muziek draagt het allemaal met zich mee.
De benaming van deze muziek ontstond in dancing THE POPCORN (Vrasene).
Deze aparte exclusieve stijl viert dit jaar (2009) zijn 40ste ACTIEVE verjaardag!
Ook
de eerste "The Groove" in Oostende, in de Langestraat, was hier bij de Europese (Belgische) pioniers van het originele Belgische Soul gebeuren! (Gilbert Goovaert).
De Godfathers hiervan zijn Gilbert Goovaert en de gebroeders (Gerry & Luc) Franken.