|





|
Blues, Jazz,
Gospel, Soul, R&B, Funk, (Neo)-R&B, Urban, Hiphop, etc. ...
Alle betere moderne
muziekgenres die we vandaag kennen zijn ontstaan uit:

"Popmuziek", onder welke vorm
ook, hoort
hier zéker NIET bij thuis.

Teksten uit
WIKIPEDIA de vrije encyclopedie.
Blues is
ontstaan tussen 1860 en 1900 en vindt zijn oorsprong in de
muziek die de Afrikaanse slaven in het Zuiden van de Verenigde
Staten maakten (New Orleans).
De voornaamste muzikale bronnen die tot het ontstaan van de blues
hebben bijgedragen zijn de religieuze liederen (gospels,
spirituals), de worksongs en de field hollers. Een typische variant
van de blues is de
cajunmuziek en
zydeco.
Muziek maken met elkaar of alleen, met of zonder instrumenten (doo-wop), was
voor hen vaak de enige manier om hun lijden uit te drukken en te
verzachten. Omdat deze muziek een melancholische toon en inhoud had,
werd het 'blues' genoemd.
Dikwijls gebruikten de zangers 'scheldwoorden' die de bewakers niet
kenden.
Ze spraken bijvoorbeeld af dat 'hark' in hun liedje als 'zot'
bedoeld werd.
Zo konden ze de bewakers uitschelden zonder dat deze het merkten. Ze
maakten zelf instrumenten en 's avonds zongen ze uit volle borst
over de miserie die ze hadden.
De aanduiding 'blue' voor rouw is afkomstig uit de zeilscheepvaart.
Als een schip haar kapitein of een andere officier tijdens de reis
verloor, voerde ze voor de rest van de reis een blauwe vlag en werd
een blauwe band rond het hele schip geschilderd alvorens de
thuishaven binnen te lopen.
Toen vele zwarten rond de Eerste Wereldoorlog vanuit het Zuiden naar
de steden in het Noorden (Chicago & Detroit) trokken, kreeg de blues
een meer 'stedelijk' geluid, voornamelijk gekenmerkt door het
gebruik van elektrisch versterkte instrumenten. Deze meer up-tempo
variant van de blues zou later de weg bereiden voor rhythm and blues
en rock 'n' roll. Deze laatste zouden de blues enigszins naar de
achtergrond dringen, maar in de jaren 1960 en 1970 leefde het genre op
doordat Britse (blanke) rockmuzikanten als Eric Clapton, de Rolling
Stones en Led Zeppelin opnieuw blues gingen spelen.

Ook alle stijlen van de jazz zijn sterk door de blues beïnvloed, van
New Orleans Jazz tot en met Cool Jazz.
Het kenmerkende aan blues is dat het een meest vast schema volgt van
12 maten die per strofe worden herhaald. Iedere strofe (een
samengesteld geheel van versregels) omvat dan drie gezongen regels
die elk weer gebonden zijn aan vier maten die begeleid worden door
akkoorden. Bijna elk bluesnummer is herkenbaar aan dat
akkoordenschema waaruit het is opgebouwd.
Andere muziekgenres, zoals rock 'n' roll en in sommige gevallen ook
jazz, zijn op een vereenvoudigde respectievelijk ingewikkeldere
versie van dit schema gebaseerd. Schema's met andere aantallen maten
komen overigens ook voor, bijvoorbeeld schema's met 16 maten.
* De
melodie
Heel kenmerkend voor de
blues is het soleren.
Zang wordt afgewisseld met instrumentale
improvisatie, veelal in de van pentatonische toonladders afgeleide
bluestoonladders.
Heel belangrijk in de bluestoonladders zijn de zogenaamde blue notes.
Het
gebruik van deze noten in een pentatonische toonladder is wat niet
gebruikelijk is in Europese muziek. Bij blues worden deze noten vaak
bereikt met instrumenten die tonen kunnen 'buigen', zoals gitaar,
bluesharp en saxofoon. Op instrumenten waarop het niet mogelijk is
tonen te buigen (zoals bij toetsinstrumenten), kan men een
soortgelijk effect bereiken door middel van een "voorslag".
Vaak wordt een harmonisch contrast gebruikt: het in mineur soleren
of zingen over een majeur akkoordenschema.
Bluesmuziek heeft vaak een wat rauwe, donkere zangpartij, geworteld
in zwarte gospel. De zanglijn wordt gekenmerkt door herhaling en een
typerende vraag-en-antwoord-dialoog tussen de zanger en de muzikanten.
* Thematiek
De blues vertelt over het leven van alledag. De nadruk daarbij ligt
op negatieve gebeurtenissen, bijvoorbeeld ongeluk in de liefde. Door
het zingen van de blues hoopt men troost voor deze problemen te
vinden, naast de kracht om er weer bovenop te geraken. Een
bluesmuzikant schuwt controversiële thema's, zoals alcohol, seks en
geweld, niet. Wel worden deze vaak bezongen in verdoken termen,
meestal afkomstig uit Afro-Amerikaanse tradities, zoals
voodoo.
*
Stijlen
Elke bluesmuzikant heeft wel zijn eigen typische stijlkenmerken.
Toch kunnen we in de blues onder andere de volgende stijlgroepen
herkennen:
~ Van A tot Z:
African blues Atlanta blues Chicago blues Delta blues Detroit blues East Coast blues Kansas City blues Louisiana blues Memphis blues New Orleans blues Piedmont blues Swamp blues Texas blues West Coast blues
*
Instrumenten
De blues werd oorspronkelijk gespeeld op akoestische instrumenten
als gitaar, piano en mondharmonica. Soms maakte de gitarist
bovendien gebruik van een glad en hard voorwerp, zoals een mes of
een flessenhals (vandaar de naam 'bottleneck', Engels voor
'flessenhals'), waarmee hij over de snaren gleed (vandaar de naam 'slide',
Engels voor 'glijden'). Typische bluesinstrumenten zijn onder andere:
contrabas / basgitaar
gitaar (akoestisch, archtop, steelstring, elektrisch)
harmonika,
mondharmonica of bluesharp piano, saxofoon



Met de term jazz wordt een op improvisatie gebaseerde muziekstijl
bedoeld die ontstaan is in New Orleans uit een kruisbestuiving van
blues,
folk, gospel, ragtime, en klassieke muziek.
(Het
woord jazz heeft daarbij nog de bijbetekenis "energieke dans").
In principe is jazz 'muziek van het moment'. Er worden op elk moment
nieuwe muzikale keuzes gemaakt die tot aan de vorm en alle op dat
moment spelende musici reiken, waardoor een persoonlijke en intensieve muziekbeleving
ontstaat.
In klassieke muziek en popmuziek is deze eigenschap
nagenoeg afwezig.
In de jazzmuziek wordt een thema of kleine
compositie of een afspraak slechts gebruikt als basis voor
improvisatie. Door deze eigenschap reikt jazz zeer ver; het raakt world, folk, heavy metal, funk, soul, klassiek en oude muziek en er
bestaan heden ten dage dan ook vele mengvormen.
De belangrijkste bron voor de jazz ligt
in Afrika. De Afrikanen die als slaven naar Amerika gebracht werden,
brachten hun traditionele, sterk ritmische muziek mee.
* Het begin
Op hun route naar de Verenigde Staten werden veel slaven allereerst
naar de West-Indische eilanden gebracht, met name naar Hispaniola
(Haïti en de Dominicaanse Republiek). Na een poos werden velen van
hen verkocht in New Orleans. Zij namen hun religieuze en muzikale
erfenis met zich mee. De slaven uit Santo Domingo (de hoofdstad van
de Dominicaanse Republiek, gesticht door de broer van Christopher
Columbus) zetten hun oude voodoopraktijken ongewijzigd verder in New Orleans.
Denken we hier aan "Marie
Laveau" (New
Orleans) en "Baron
Samedi" (Haïti).

Doordat deze Afrikaanse muziek en danstradities werden blootgesteld
aan het publiek vond er een wederzijdse beïnvloeding plaats met de
Europese muziektraditie.
De unieke ritmische nadruk van deze dansen
plus vele andere ingrediënten kwamen samen om een muzieksoort op te
leveren die bekend werd als jazz. Deskundigen zijn het erover eens
dat werklieden van de katoenvelden, blues van stad en platteland,
banjostijlen van variétéshows, gesyncopeerde brassbands
(fanfarekorpsen) en ragtime (gesyncopeerde dansmuziek) allen een
belangrijke rol speelden bij het ontstaan van jazz. De syncopering
(accentverschuiving) als primair ingrediënt van de jazz, ontwikkelde
zich als een ritmische aanpassing van de Afrikanen.
De syncope was
het meest voor de hand liggende en beste substituut voor de
gecompliceerde polyritmiek (de simultane combinatie van
contrasterende ritmes in een muzikale compositie) die integraal deel
uitmaken van hun muzikale erfenis.
Het is deze syncope die muziek
doet "swingen".
Jazz, de voorloper van de moderne rock 'n' roll, bekleedt een zeer
interessante rol in de geschiedenis. De naam jazz komt van het niet
meer bestaande woord jass waarmee de seksuele daad op een
platvloerse manier werd aangeduid (heidens
-
dialectisch).
Voor de
heiden en de
vodou was jazz een
symptoom van de glorieuze bevrijding van de knellende banden van de
christelijke
moraal. Het ontstond in de sloppenwijken en werd voornamelijk
ontwikkeld voor gebruik in chique bordelen.
Het ene
bordeel probeerde het
andere af te troeven met de beste jazz band.
Uiteindelijk
ontwikkelde de jazz zich tot wat we vandaag kennen als rock 'n' roll.
Al met al heeft de rockmuziek niets van haar erfenis verloren op
haar lange weg van
Babylonië, via Egypte en Afrika, naar Amerika en de
rest van de wereld.
Het werd alleen maar in verschillende muzikale jasjes gestoken, het
ene al beter en herkenbaarder dan het andere.
De "Cotton
Club" was gekend en berucht voor de beste jazz artiesten
ooit.
Deze club hield er eveneens de
heidense regels op na.
Voor meer inzicht in het hedendaagse heidendom en zijn regels,
klik hier.
* Blues &
Ragtime
Deze muziek was gebaseerd op een vijftonige toonladder. Een
vijftonige (pentatonische) toonladder in de toonsoort C-mineur
bestaat uit de noten c–es–f–g–bes. De Afrikaanse muziek had een
sterke pentatonische traditie. Dat wil overigens niet zeggen dat
pentatonische muziek elders (in Europa, Amerika) niet bekend was.
De op de plantages werkende slaven ontwikkelden een zangstijl die
als de oorsprong van wat nu blues heet aangeduid kan worden. Aan de
vijftonige toonladder werd een noot toegevoegd, in het voorbeeld
voor de toonsoort C de fis, die later als de blue note zou worden
aangeduid. Deze blue notes spelen een belangrijke rol in de
klankkleur van wat wij nu blues noemen.

Muzikanten in kroegen en bordelen (vaak overigens ook Afrikanen)
werden geïnspireerd door de 'plantagezang' en de ragtime ontstond,
waarbij andere inspiratiebronnen (inclusief de klassieke Europese
muziek) tevens een rol speelden.
In die begintijd bestond een jazzband uit de volgende instrumenten:
trompet, trombone, klarinet, piano, banjo, contrabas en slagwerk.
Dit is in hoofdzaak de standaardbezetting gebleven van
de originele
stijl jazz band.
De banjo werd later ook wel door de elektrische
gitaar vervangen en vooral in de beginperiode was er vaker een tuba
of sousafoon dan een contrabas aanwezig.
Ragtime muziek werd ontwikkeld
door zwarte of Creoolse muzikanten die een
klassieke opleiding hadden genoten. De ragtime had een typische
opbouw van
contrasterende delen , zoals bij een rondo of een liedvorm in de
klassieke muziek.
Toch klonk deze muziek ook in bars en gelegenheden die minder deftig
golden.
Er is dus geen improvisatie en eigenlijk geen swing.
De onbetwistbare koning van de ragtime was
Scott Joplin die meer dan 600
composities schreef, met daarbij zelfs een heuse
ragtime-opera.

* New
Orleans en Dixieland
Vaak wordt als moment waarop wat wij nu jazz noemen begon, de
oprichting van het eerste blanke jazzorkest, de Original Dixieland
Jass Band (let op de spelling met "ss" in plaats van "zz") in 1917
genomen.
Dit is ongetwijfeld niet correct, want eerder dan dit blanke orkest
waren er al uit Afro-Amerikaanse bestaande orkesten actief in New
Orleans. Genoemd kunnen worden de orkesten van Joe "King" Oliver,
met daarin Louis Armstrong, die zelf ook diverse orkesten oprichtte
en leidde, en Bunk Johnson.
Later gingen weer anderen hierop door, zoals "Jelly Roll" Morton,
die zichzelf – blijkens zijn visitekaartje – de uitvinder van de
jazz noemde, maar die eigenlijk meer door de in middels vrijwel
verdwenen ragtime geïnspireerd werd. Nog weer later kunnen daar
namen als Sidney Bechet en Sidney De Paris aan toegevoegd worden.
Men zou kunnen zeggen dat de jazz zich langs twee sporen parallel
ontwikkelde: een 'blank' spoor en een 'zwart' spoor. De vroege
oorspronkelijke jazz
stijlen worden
New Orleans (de 'zwarte' tak) en Dixieland (de
'blanke' tak) genoemd.
We spreken hier over de jaren twintig van de
twintigste eeuw. (1920)
* Europese
jazz

De oorspronkelijke musici in deze categorie zijn Django Reinhardt en
Toots Thielemans met een authentiek Europees jazzconcept, waarbij
Thielemans, door het logisch gebruik van de oorspronkelijk Europese
driekwartsmaat, wals (o.a. Bluesette), de mogelijkheid heeft
aangegeven voor de ontwikkeling van een nieuwe vorm van Europese
jazz. Als een van de weinige Europese jazzmusici heeft Joe
Vanenkhuizen dit concept toegepast door consequent al zijn muziek in
deze maatsoort te componeren. Ook Pierre Courbois mag in dit verband
niet onvermeld blijven.
Hij is een expert op het gebied van Europese
maatsoorten.
Ook het opkomende toerisme had een
grote rol gespeeld in de verspreiding van de jazz in België. In die
jaren was de rederij de Red Star Line bekend voor haar toeristische
reizen Antwerpen - New York. Tal van muzikanten hebben op die
pakketboten gespeeld. Zodoende ontdekten ze ter plaatse de
authentieke Amerikaanse jazz en brachten zij de eerste Amerikaanse
jazzplaten mee naar huis.
Platen die hier toen nog onvindbaar waren .

Het was echter dank zij de passie
van Felix Faecq dat de jazz zijn intrede deed op de Belgische
platenmarkt.
Vanaf 1922 vertegenwoordigde hij het label Edison Bell en ook
Amerikaanse merken. Omdat toen de verkoop van platen en die van
partituren elkaar aanvulden, begon Faecq ook met een uitgeverij en
een tijdschrift Music. Daarenboven stichtte hij in 1932 zijn “Jazz
Club van België” en organiseerde een jaarlijkse wedstrijd voor jonge
jazz orkesten in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten.
In juni 1927 bracht, Faecq de eerste Belgische jazzplaat op de markt
met het orkest “Chas Remue and his New Stompers”.
De opnamen hadden plaats in een Londens studio voor het label
Edison Bell.
Er werden veertien nummers opgenomen, waarvan de helft composities
van twee jeugdige muzikanten die schuil gingen achter de Engelse
pseudoniemen David Bee (alias Ernest Craps) harpist, saxofonist en
klarinettist en Peter Packay, trompettist en pseudoniem voor Pierre
Paquet.
Dit was voor beiden het begin van een schitterende loopbaan in de
jazz wereld.

* De
Swing-era

In het algemeen wordt met het
Swingtijdperk de periode genoemd voor
de komst van de Bebop die ontstond in de jaren 1940. Swing kenmerkt
zich door een ritme dat 'huppelt' of 'springt' in doorgaans twee
momenten per maat, nl. een zwaar moment op de eerste tel en een licht
moment op de tweede. Door dit op een energieke en meestal toch
lichte manier te spelen ontstaat een ritme dat dansbaar is en 'in de
benen kruipt' (aanzet tot dansen of bewegen op de muziek). In deze
tijd vinden we dan ook veel dans- en showorkesten. Solisten geven de
muziek meer verhaal, de ritmesectie blijft voornamelijk bijdragen
aan de vorm van een arrangement.
De eerdere stijlen van de jazz ontwikkelden zich in de jaren dertig
en veertig van de twintigste eeuw naar muziek voor grotere orkesten
tot 'big bands' van 10 ->20 musici. De grootste namen in de zwarte
lijn in deze tijd was Edward 'Duke' Ellington (Duke Ellington) en
Willam 'Count' Basie (Count Basie), en in de blanke lijn werd Benny
Goodman een van de bekendste orkestleiders uit de Swing periode.
Inmiddels was jazz gemeengoed van het Amerikaanse en Europese
publiek geworden en was deze muziek immens populair. De zwarte en
blanke lijnen waren samengekomen in die zin, dat de meest orkesten
zowel zwarte als blanke musici bevatten.
Tot na de Tweede Wereldoorlog vierde de Swing hoogtij. In de jaren
vijftig van de twintigste eeuw kan men twee richtingen
onderscheiden. In de eerste plaats keerde de Dixieland terug en
wordt er in deze tijd wel gesproken van een "Dixieland Revival".
Oude musici werden weer actief, en daarnaast ontstond er een nieuwe
generatie jazzmusici.

De jazz werd nu niet meer voornamelijk in en rond New Orleans
gespeeld, maar door geheel Amerika en overigens ook in Europa.
In
New Orleans bleven musici als Wilbur De Paris en Sharkey Bonano
actief.
In Chicago zette onder meer Eddie Condon (die zijn werkterrein later
naar New York verplaatste) een nieuwe stroming in gang.
Aan de Amerikaanse westkust ontwikkelde zich een stijl die wat meer
teruggreep naar de Ragtime en die ook wel Frisco jazz genoemd wordt.
Een paar namen die deze ontwikkeling in gang hebben gezet zijn Turk
Murphy, Bob Scobey (met de onvergetelijke banjoïst-zanger Clancey
Hayes in zijn orkest) en het orkest van Disney-medewerkers The
Firehouse Five Plus Two.
In Nederland werd op 5 mei 1945 de Dutch Swing College Band
opgericht.
Later volgden onder meer de Down Town Jazz band, New Orleans Syncopators en de Dixieland Pipers.
Nederland volgde het Belgische idee uit 1927.
* Bebop
In de jaren veertig begonnen muzikanten te zoeken naar een stijl
waarmee de solo's minder beperkt werden en er meer dynamiek mogelijk
was. Zij vonden de 'oude stijl' te beperkt voor hun muzikale kunnen.
De oplossing werd gevonden in de verandering van het ritme en de
verrijking van harmonie. Het ritme werd niet meer tweeledig (zwaar-licht)
gespeeld maar werd vierledig en kreeg een stromend karakter.
Ritmische accenten konden hierdoor vrijer worden geplaatst zonder
het ritme te verstoren. Harmonie werd krachtiger door dwingendere
samenklanken en thema's te gebruiken. Daarmee ontstonden meer
muzikale mogelijkheden en kon er meer worden 'uitgepakt'. Dat werd
nog versterkt omdat het dansbare karakter van de Swingmuziek werd
losgelaten, waardoor de muziek op zichzelf kwam te staan.
De vroege
bebop klinkt meestal energiek en virtuoos en soms wat grillig.
Eind
jaren '40 werden ook Cubaanse elementen in de Bebop opgenomen.
Het is de tijd van de toen jonge musici Dizzy Gillespie en Charlie
Parker.
De oprichting van deze stijl word vaak aan Charlie Parker
toegewezen.
De term "bebop" is een zogenaamde onomatopee; dit wil
zeggen een klanknabootsing. Een veelvuldig toegepaste rif in de
Bebop is be-bop-be-bop waarbij de 'be' de hoogste klank is. Hieraan
dankt de muziekstijl dan ook haar naam.
* Cooljazz

Kort daarop ontstond, als reactie op de opzwepende bebop, de
'cooljazz', waarvan Miles Davis één van de belangrijkste en bekendste
vertolkers was (zie albums Birth of the Cool en Kind Of Blue).
Cooljazz klinkt minder grillig, subtieler en serieuzer en men lijkt
meer opzoek naar de schoonheid en organisatie dan naar extase. Hier
ontstaan ook de aanzetten tot het gebruik van modale technieken die
evenwichtiger klinken dan de dwingende samenklanken uit de vroege
bebop. Er zijn minder dissonanten en gebruik van doelbewust
samenklinkende maar zelfstandige melodielijnen (polyfonie).
Een bijna wringende combinatie is te horen in 'The Man I Love' op
het album 'Miles Davis and the Modern Jazz Giants' waar Miles Davis
en Thelonious Monk samenspelen en -zo gaat het gerucht- bijna op de
vuist gingen omdat Monk ongewenste harmonieën plaatste tijdens het
spel van Davis.
Muzikanten die kunnen worden gerekend tot de Cool-Jazz zijn ook Dave
Brubeck en Paul Desmond, Stan Getz, Lee Konitz, Art Pepper,Russ
Freeman en de moeilijker klassificeerbare pianist Lennie Tristano,
in Nederland Ann Burton en Rita Reys .
* West
Coast
Omdat de meeste musici die Cooljazz speelden uit Los Angeles kwamen
werd Cooljazz ook wel met de term West Coast aangegeven. Echter niet
alle 'West Coasters' speelden 'Cool' en de Cooljazz werd ook elders
gespeeld.
* East
Coast en Soul Jazz
Als tegenhanger werd in met name New York de lijn van de Bebop
verder voortgezet. De muziek zou uiteindelijk uitmonden in Hard Bop.
* Hard
Bop
In contrast met de Cooljazz ontstond in de midden van de jaren
1950
de Hard Bop (ook wel Hard Bop Regression genoemd). Doordat de
Cooljazz aan de westkust van de V.S. enorm aansloeg (West Coast
Jazz), vooral in Los Angeles alwaar de filmstudio's waren gevestigd,
hadden de jazzmuzikanten in New York weinig werk.
Daarom gingen zij
ertoe over een nieuwe, extraverte jazzstijl te introduceren die vol
emotie was. De akkoordenschema's werden eenvoudiger, veelal
bluesschema's, en het stuwende ritme werd weer belangrijk (waaronder
het shuffle-ritme).
Een link werd gelegd met de Gospelmuziek,
alhoewel Hard Bop nooit in de kerk werd uitgevoerd. Dit is terug te
vinden in de titels van echte Hard Bop nummers als Moanin, The
Preacher en The Sermon.
De jaren 1950 en 1960 zijn de jaren van de grootste populariteit van
de Hardbop, maar de musici zijn populair gebleven tot op de dag
vandaag. Nat Hentoff schrijft in de liner notes voor de Blakey
Columbia LP met dezelfde naam uit 1957, dat de term "hard bop" is
bedacht door author-critic-pianist John Mehegan, jazz reviewer van
de New York Herald Tribune in die tijd.
Soul jazz ontwikkelde vanuit hard bop.

Belangrijke muzikanten in de Hard Bop zijn onder andere Art Blakey
en zijn Jazz Messengers, Horace Silver, Clifford Brown, Miles Davis,
John Coltrane, Cannonball Adderley, Sonny Stitt, Donald Byrd, Sonny
Clark, Lou Donaldson, Kenny Drew, Benny Golson, Dexter Gordon, Joe
Henderson, Andrew Hill, Freddie Hubbard, Jackie McLean, Charles
Mingus, Blue Mitchell, Hank Mobley, Thelonious Monk, Lee Morgan, en
Sonny Rollins.
* Soul
jazz
Soul jazz was een ontwikkeling vanuit de hard bop met invloeden
vanuit blues, gospel en rhythm-and-blues met kleine formaties, vaak
een (hammond) orgel-trio. Belangrijke souljazz organisten zijn Bill
Doggett, Charles Earland, Richard "Groove" Holmes, Les McCann, "Brother"
Jack McDuff, Jimmy McGriff, Lonnie Smith, Lou Donaldson, Big John
Patton, Don Patterson, Reuben Wilson, Jimmy Smith en Johnny Hammond
Smith.
Tenor saxofoon en gitaar zijn ook belangrijk in soul jazz; soul jazz
tenors zijn Gene Ammons, Eddie "Lockjaw" Davis, Eddie Harris,
Houston Person, en Stanley Turrentine; en de gitaristen als Grant
Green en George Benson. Andere belangrijke bijdragen kwamen van
altsaxofonist Lou Donaldson en Hank Crawford, trompetist Blue
Mitchell, drummer Idris Muhammed (Leo Morris).
Anders dan hard bop, legt soul jazz meer de nadruk repeterende
grooves en melodische thema's en de improvisaties zijn doorgaans
minder ingewikkeld.
Soul jazz ontwikkelde zich in de late 1950s en bereikte het publiek
met de release van The Cannonball Adderley Quintet in San Francisco
en was op het hoogtepunt in de midden tot eind jaten 60, hoewel veel
soul jazz musici populair zijn gebleven.
Bekende souljazzopnamen zijn Lee Morgan's "The Sidewinder" (1963),
Herbie Hancock's "Cantaloupe Island" (1964) (gesampled door US3 in "Cantaloop"),
Horace Silver's "Song for My Father" (1964), Ramsey Lewis's "The In
Crowd" (1965) en Cannonball Adderley's "Mercy, Mercy, Mercy" (1966)
(Gecovered als een top 40 pop liedje door The Buckinghams).
Soul jazz zou een grote bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de
Jazz-funk in de jaren '70.
* Free
Jazz
Enerzijds werd in de Souljazz jazz toegankelijk gemaakt, anderzijds
werden grenzen van harmonie en ritmiek onderzocht en overgestoken
(John Coltrane, Pharoah Sanders). Het resultaat was vrijere en
expressievere geïmproviseerde muziek.
Eind jaren vijftig waren het Sun Ra en met name Ornette Coleman die
de free jazz-stroming begonnen: een van de beginpunten was Coleman's
album Free Jazz (1960); daarop speelden twee kwartetten, iedere 1
kant van het stereokanaal, die 38 minuten lang improviseerden zonder
enige afspraak. Latere musici waren Albert Ayler en Eric Dolphy. In
Europa vormden musici hun eigen free jazz, de zogeheten
geïmproviseerde muziek omdat het veel minder jazzelementen bevatte;
er waren ook invloeden uit folk en klassieke muziek hoorbaar.
Beroemd met deze muziek werden de Nederlandse musici Misha
Mengelberg, Willem Breuker en Han Bennink en het ICP-Orchestra (zij
gebruikten en gebruiken nog steeds de term instant composition in
plaats van improvisatie). Terwijl de free jazz commercieel
onaantrekkelijk bleek, ontstond tegelijkertijd de veel beter
verkopende fusion (zie hieronder).
* Fusion
Miles
Davis
Aan het einde van jaren '60 slaat Miles Davis een nieuwe weg in. Hij
gaat met zijn groep jazz mengen met populaire muziek, voornamelijk
rock. Vandaar wordt fusion ook wel jazzrock genoemd. Het album
Bitches Brew van Miles Davis wordt vaak beschouwd als het startsein
van deze stroming. Muzikanten als John McLaughlin, Herbie Hancock,
Chick Corea, Joe Zawinul, Tony Williams die allen met Miles Davis
speelden beginnen met hun eigen fusion groepen: Lifetime, Mahavishnu
Orchestra, Weather Report. Anderen beschouwen Larry Coryell als de
eerste die reeds in 1966 met een 'fusion' tussen jazz, rock en blues
experimenteerde, eerst in 1966 bij Chico Hamilton, in 1967 bij de
Free Spirits en in 1968 bij Gary Burton. Fusion als stijl blijft
populair gedurende de jaren '70.
* Het heden en de toekomst
De jazzmuziek mengde zich vanaf de jaren zestig van de twintigste
eeuw langzamerhand met populaire muziek, en ook de bebop- en
swing-jazz evolueert, denk daarbij aan stijlen als neo-bop, nu-jazz,
acid-jazz, modern creative en free-jazz. De term jazz staat nu voor
een veel breder scala aan muzieksoorten dan in de jaren '30 en '40
van de twintigste eeuw het geval was. Muziek evolueert, de
jazzmuziek dus ook. Steeds nieuwe stijlen van jazz dienen zich aan,
evenals ontelbare soorten van mengvormen met pop, soul, funk en
rock. Jazz-fusion en latin-jazz zijn daar voorbeelden van. Vooral de
verschillen in de aan- en afwezigheid van expressie en
improvisatieruimte worden steeds groter.

Er zijn weinig musici geweest die oudere stijlen (New Orleans en
Dixieland) bleven gebruiken. Toch is altijd belangstelling gebleven,
zowel bij (amateur)musici als luisteraars, door zowel plezier als
muziekhistorisch en uitvoeringstechnisch perspectief (Wynton
Marsalis).
Jong talent dat van de jazz-opleidingen van de conservatoria komt
kunnen de levende muziek laten voorbestaan, na andere in zich te
hebben opgenomen. Zij kunnen -als een resultaat van de twintigste
eeuw- een grote waaier aan muziek gebruiken en maken-, en daarmee
toch individueel authentiek zijn.
* Levende muziek?
Sinds de komst van beheersbaarheid en toegankelijkheid van digitale
geluidsreproductie worden opgenomen stukjes jazz verwerkt in
popmuziek (lounge en jazz-dance). Op deze wijze komen de jongere
generaties ook in contact met (afgeleiden van) de jazz. Door het
machinaal reproduceren van opgenomen geluid in plaats van zelf
spelen van een muzikaal gegeven zijn er geen of beperkte
live-variatiemogelijkheden en is de vrijheid van improvisatie
afwezig. Maar er ontstaan ook mengvormen. Voor- en tegenstanders van
deze ontwikkelingen zijn overal te vinden en soms zijn de discussies
verhit. Beide kampen hebben goede argumenten, maar vaak zijn deze
niet op de zelfde basis geënt; is muziek met afwezigheid van
elektrische gitaren en de aanwezigheid van blaasinstrumenten en een
soepel ritme maar zonder dat het muzikale doel live-improvisatie is
nu wel of geen jazz ?
*
Blue Note Records
Blue Note is een platenlabel uit New York.
Het label heeft
bijgedragen aan het (latere) succes van veel jazzmusici, waaronder
Art Blakey, John Coltrane, Miles Davis, Herbie Hancock, Thelonius
Monk, Horace Silver en Grant Green. Het platenlabel werd in
1939
opgericht door
Alfred Lion.
Veel beroemde opnamen zijn gemaakt in de
(huis)studio van de eigenzinnige geluidstechnicus
Rudy Van Gelder. In
1941 trad Lion's jeugdvriend
Francis Wolff bij Blue Note in
dienst als business manager. Wolff fotografeerde ook de oefensessies
van de jazzmuzisici, die door Lion voorafgaand aan de studio-opname
werden georganiseerd.
De foto's van Wolff werden vaak gebruikt voor
de platenhoezen van Blue Note die allemaal, en in een zeer
kenmerkende stijl, werden ontworpen door grafisch vormgever
Reid
Miles. Inmiddels is het label overgenomen door
EMI.
Begin 21e eeuw
verschijnen er verschillende cd's met mixen van oude Blue Note-successen, verzameld door
DJ Maestro.



Gospel of gospelmuziek is een muziekgenre in de christelijke muziek.
Het Engelse woord 'gospel' betekent evangelie.
De gospelmuziek werd geboren in de katoenvelden van de zuidelijke
staten van de Verenigde Staten van Amerika.
Mahalia Jackson wordt
algemeen gezien als 'de koningin van de gospelmuziek'.
Zwarte religieuze muziek die sterk beïnvloed werd door zowel de
ritmische muziek die de slaven meebrachten uit Afrika als ook door
de bevindelijke manier van geloven van de blanken.
Het leven na de dood, vaak aangeduid als het oversteken van de
rivier de Jordaan, is een zeer vaak terugkerend thema.
Belangrijke vertolkers van de oervorm van de (zwarte) gospel
waren/zijn Mahalia Jackson, Staples Singers en The Five Blind Boys
of Alabama.
De term gospelmuziek wordt soms ook gebruikt als algemene aanduiding
voor christelijke muziek. Feitelijk is dit onjuist, aangezien gospel
verwijst naar één bepaald muziekgenre en christelijke muziek in alle
muziekgenres wordt gemaakt.
Later in de jaren 1950 en 1960 vloeide hier de
SOUL uit voort, waarbij
het religieuze karakter was weggevallen, met ook invloeden uit de rhythm & blues
(R&B).



Soul is oorspronkelijk de naam voor een muziekstijl, ontstaan uit rhythm and blues en gospelmuziek. Het kwam op onder de
Afro-Amerikaanse bevolking in het zuiden van de Verenigde Staten in
de jaren '50 en '60 van de vorige eeuw. De eerste opnamen van
Ray
Charles,
Sam Cooke en
James Brown worden gezien als het begin van
soul. Bij soul figureert veelal een enkele zanger(es) met
ondersteuning van een traditionele band met ritmesectie en
koperblazers.
De term 'Soul'
staat voor Sound
Of
United
Love.
Inmiddels wordt de term ook vaak gebruikt als algemenere naam voor
Afro-Amerikaanse muziek.
~
Soul wordt ook wel De Vader Van R&B Genoemd. *
R&B (Rhythm and Blues) R
'n' B
 
Rhythm and blues (ook gekend als R&B) is een muziekgenre met
invloeden uit jazz, gospel en blues, oorspronkelijk ontstaan bij de
Afro-Amerikaanse artiesten.
De term werd in 1947 ingevoerd door
Jerry Wexler van Billboard magazine.
Het moest de plaats van race music (rassenmuziek) innemen, een term die beledigend opgevat werd
door de zwarte gemeenschap in de VS.
R&B was een van de voorgangers van rock 'n' roll. Het bevatte sterke
invloeden uit de jazz, jumpblues en gospel, maar beïnvloedde op zijn
beurt ook de jazz. R&B, blues en gospel werden gecombineerd met
bebop om hardbop te maken.
Vele muzikanten maakten jazz en R&B, zoals de swingbands van
Jay McShann,
Tiny Bradshaw and
Johnny Otis.
Count Basie had wekelijks
een R&B-live-uitzending vanuit Harlem. Het icoon van de bebop,
Tadd
Dameron, maakte muziek voor Bull Moose Jackson en was twee jaar lang
diens pianist, nadat hij zichzelf tot de bebop toegewijd had.
De meeste R&B-muzikanten waren jazzmuzikanten en vele muzikanten op
Charlie Mingus' bekende jazz opnames waren R&B professionals.
Lionel
Hampton's bigband van het begin van de jaren 1940 legde de basis voor
vele beboplegendes van de jaren 1950.
De periode jaren 1950 was het begin van de klassieke R&B. De bekende
Chuck Berry was een van deze R&B gitaristen. Overlappend met andere
genres als jazz en rock 'n' roll ontwikkelde R&B regionale
specialisaties. Een sterke stroming langs de "blues-kant" kwam van
New Orleans en was gebaseerd op een vloeiend piano-spel, gelanceerd
door Professor Longhair. Tegen het einde van de jaren 1950 scoorde
Fats Domino met "Blueberry Hill" en "Ain't That a Shame". Andere
artiesten die een Louisiana-touch gaven aan R&B waren o.a.
Clarence
(Frogman)
Henry,
Frankie Ford,
Irma Thomas,
The Neville Brothers en
Dr. John.
Aan het begin van de jaren 1960 nam R&B meer en meer invloeden over
van gospel met artiesten zoals
Ray Charles,
Sam Cooke,
James Brown
en
Aretha Franklin,
en kreeg het de naam SOUL. Barry Pearson schreef
dat dit een naam was die door de zwarte gemeenschap aan de
muziekindustrie opgelegd werd. Hoe dan ook, een goede 10 jaar later
kende de R&B een ware comeback. In de loop van de jaren 1960 steeg
het aantal blanken dat het label R&B op hun muziek kleefden (en soms
ook blue-eyed soul, terwijl het eerder naar de rock 'n' roll neigde),
zoals The Yardbirds, The Rolling Stones, The Pretty Things, The
Small Faces, The Animals, The Spencer Davis Group en The Who.




"Hitsville U.S.A." is geen
plaats, maar de bijnaam voor het eerste hoofdkantoor van Motown
Records. Het adres van Hitsville U.S.A. was 2648 West Grand Blvd. in
Detroit, Michigan.
Vóór Berry Gordy, de oprichter van Motown het gebouw in 1959 kocht
was in het pand een fotostudio gevestigd. Het gebouw werd omgebouwd
tot hoofdkantoor annex opnamestudio, waar 22 uur per dag opnames
plaats konden vinden.
Motown, oorspronkelijk Tamla Motown, is de naam van een
platenmaatschappij, in 1959 opgericht door
Berry Gordy in
Detroit. Motown is de afkorting van 'Motor Town', een bijnaam voor de stad
Detroit. Tegenwoordig is Motown in handen van het grootste
muziekconcern ter wereld,
Universal Music Group.
Tamla Motown, in 1959 door Berry Gordy opgericht, was de hitfabriek
en het antwoord op de deep soul uit het zuiden van de VS, bekend van
labels als Atlantic en Stax. (Lees verder).
Motown was van meet af aan radiovriendelijker en het leverde Gordy
en zijn mensen een onnavolgbaar aantal nummer 1 hits op. (Lees verder).
* Platenlabels die door Motown gevoerd werden waren,
o.a.:
Tamla Motown
Gordy Records Motown MoWest Invictus
Kenmerk van de "Motownsound", het typisch geluid van de platen van
het Motown label, is dat ieder instrument zodanig werd opgenomen en
in de stereomix gezet dat de instrumenten een eigen plek in het
spectrum kregen. Het label beschikte over een huisband, 'The Funk Brothers',
die voor een groot deel van de platen van het label
voor de muzikale begeleiding zorg droegen. De documentaire "Standing in
the Shadows of Motown", uit 2002, gaat over de muzikanten van die band
die altijd anoniem op de achtergrond zijn gebleven, maar samen wel
voor een belangrijk deel verantwoordelijk zijn voor dat specifieke
geluid.
Op 12januari 1959 leende
Berry Gordy 800 dollar bij zijn
vader en richtte Tamla Records op. Gordy veranderde al snel de naam
van zijn label in Motown, naar de in die tijd bloeiende
auto-industrie in
Detroit (ook wel Motor City
genoemd).
Gordy wilde met het label zwarte artiesten laten doorbreken in de
hitlijsten.
Hij vergeleek het met een autofabriek die metalen onderdelen
verandert in glanzende bolides. Motown werd een echte hitfabriek met
een team van hitschrijvers en gehaaide marketingjongens. Dat was ook
het uitgangspunt van Berry Gordy.
Die wou geen muziek maken waar alleen zwarten van hielden, maar hits
waar alle Amerikanen achter stonden.
Hoewel Motown furore maakte in een tijd van raciale
ongelijkheid en spanningen in de VS, bleef de muziek zich kenmerken
door positieve, optimistische klanken en teksten. De unieke 'Motown
Sound' kan worden omschreven als een muziekstijl van soul muziek met
hier en daar ietwat vage 'pop invloeden' (voor de blanken).
Het label beleefde zijn hoogtijdagen in de jaren 60 en 70, maar ook
nog meer recentelijk produceerde het veel hits door artiesten als
Boyz II Men, Brian McKnight en Erykah Badu.
In 1998 werd Motown verkocht Gordy Motown aan
Universal Music Group, voor de som
van $61.000.000, om verder te blijven bestaan als
Universal Motown. Niettemin blijft
Gordy zich op 79-jarige leeftijd nog altijd keihard inzetten voor
het label.
Dat Motown na vijftig jaar nauwelijks iets aan glans heeft ingeboet,
bewijst een nieuwe generatie artiesten met Amy Whinehouse en Duffy
op kop. Hun songs klinken soms zo retro dat het soms hard zoeken is
naar het vernieuwende aspect ervan. Tegenwoordig is Motown in handen
van het grootste muziekconcern ter wereld, de Universal Music Group.
De jongste generatie van Motown artiesten zijn onder anderen Nick
Cannon, Nelly en India.Arie.
Veel bekende artiesten zijn gestart bij Motown, zoals Michael
Jackson en The Jackson Five, Diana Ross en The Supremes, Lionel
Richie en The Commodores,
The Temptations, Stevie Wonder, Four Tops,
Smokey Robinson en The Miracles, Marvin Gaye, Rick James en, als
zeldzame blanken, Meat Loaf, Kiki Dee en
R. Dean Taylor en nog veel, veel meer. (Allemaal grote artiesten)!
Motown perste meer dan tweehonderd nummer één hits, wereldwijd.
In 2009 viert MOTOWN
z'n 50ste
verjaardag met een Europese tour!
  





  


Stax Records is een muzieklabel, opgericht in Memphis (Tennessee),
VS in 1957 door Jim Stewart (Middleton (Tennessee), 29 juli 1930) en
Estelle Stewart (Middleton, Tennessee, 11 september 1918 - Memphis,
Tennessee, 24 februari 2004).
Zij waren blank. Het label brengt
Southern soul-, Memphis soul-, gospel-, funk-, jazz- en bluesplaten
uit. Het produceert voornamelijk African-American-platen.
~
Estelle Stewart Stewart had altijd al een bijzondere interesse in popmuziek. Ze
speelde orgel en was sopraan in het familie-gospelkoor. In 1935 kwam
Stewart naar Memphis om voor onderwijzeres te gaan leren. Tijdens
haar opleiding kwam ze haar toekomstige man Everett Axton tegen. Een
jaar later zou ze terug naar Memphis komen om haar broer les te
geven. In 1941 trouwde ze met Axton. Ze bleef tien jaar thuis om
voor de twee kinderen te zorgen, voordat ze bij een bank ging
werken. In 1961 startte ze de Satellite Record Shop. Tot 1969 bleef
Axton bij Stax, om daarna het eigen label Fretone op te richten.
Toen ze wegging bij Stax had ze de afspraak met haar broer gemaakt
dat ze geen activiteiten in de platenbusiness zou ondernemen en nam
haar zoon Charlie (Packy) Fretone over. Fretone had in 1976 een
grote hit met het liedje
Disco Duck, gemaakt door Memphis DJ Rick
Dees.
~ Jim Stewart
en Axton De ouders van Axton en Stewart (Ollie and Dexter Stewart) hadden een
boerderij. Toen Stewart tien jaar was kreeg hij een gitaar van zijn
vader, en leerde zelf dit instrument te bespelen. Na de Highschool
werd hij fiddlespeler in een countrygroep. Deze speelde geregeld op
squaredance feestjes die in de buurt werden gegeven.
De groep werd
beïnvloed door The Western Swing of Bob Willis en Texas Playboys,
Pee Wee King, Tex Williams, en de honkytonk-muziek van Hank
Williams, Moon Mullican en Ernest Tubb. Overdag werkte hij bij een
bank, en tussen 1953 en 1956 zat hij in het leger. Daarna kwam
Stewart bij de bank terug en kreeg een baan bij the Eagle's Nest op
de Lamar Avenue.
Jim Stewart wilde in 1957 een eigen plaat uitbrengen en ging naar
Sun Records en andere labels. Erwin Ellis (zijn kapper) was eigenaar
van het kleine label Erwin Records en leende hem het geld om de
plaat te produceren, maar niemand was geïnteresseerd in zijn
nummers. Ellis leerde Stewart de basis om een onafhankelijk platen
label te leiden. Stewart begon een klein label in 1957 genaamd
Satellite Records. De studio was een garage van een oom van zijn
vrouw. Het eerste plaatje dat werd uitgebracht was in 1958 een
country en western liedje met de titel Blue Roses, geschreven door
Fred Bylar. Byler, Neil Herbert (gitarist) en Stewart werden
partners.
Stewart leende van zijn zus geld om een Ampex 350 monaural
taperecorder te kunnen kopen. Het label verhuisde naar het voormalige
Capitol Theatre in Memphis.
Dit gebouw gaf het typische akoestische
geluid waar de platen om bekend stonden.
In 1958 vroeg Stewart weer
Estelle om geld in het platenlabel te investeren.
Ze nam een tweede
hypotheek op haar huis en ze kochten een nieuw pand met nieuw
apparatuur. Het gebouw stond in Brunswick, Tennessee.
"The Veltones" was de eerste zwarte groep die een plaat opnam bij
Stewart en Axton. Het album, met de titel Fool in Love/Someday, kwam
uit in de zomer van 1959. Mercury Records wilde het album nationaal
uitbrengen maar het album werd slecht ontvangen. Stewart ontving
daarom verder geen geld meer van Mercury Records.
In 1960 verhuisde
het label terug naar Memphis in het oude Capitol movie theater. Het
geld was op en Axton begon een platenwinkel om zo inkomsten voor het
label te genereren.
* Eerste hits
Rufus Thomas had eerder een klein hitje gehad bij
Sun Records,
genaamd
Bearcat. Thomas en zijn dochter Carla - die toen zeventien
jaar was - namen een duet op met de titel Cause I Love You. Het werd
een lokale hit in Memphis. Het liedje werd opgemerkt door
Jerry Wexler. Hij was de Vice President van Atlantic Records en bracht het
liedje uit. Na Cause I Love You, schreef Carla Thomas een nieuw
liedje: Gee Whiz. Het kwam uit bij Satellite, maar Wexler claimde
het gelijk voor Atlantic en het werd nationaal uitgebracht bij
Atlantic.
Gee Whiz kwam in de Billboard van de VS op #5 en werd de
eerste hit van Stewart en Axton.
Axton's zoon Charlie (bijgenaamd Packy) speelde tenorsaxofoon in een
rock 'n roll band die de naam de Royal Spades droeg. De groep
bestond verder uit Steve Cropper op gitaar, Charlie Freeman op
gitaar, drummer Terry Johnson, baritonsaxofoonspeler Don Nix en
bassist Donald "Duck" Dunn. Ze veranderden hun naam in the Mar-Keys
en namen een instrumentale plaat op met de naam
Last Night. De
tweede hit voor Stewart en Axton was geboren.
Stewart kwam erachter dat er in Californië een ander platenlabel was
met de naam Satellite. Om problemen te voorkomen veranderden Stewart
en Axton hun naam in Stax: de
ST van
Stewart en de
AX van
Axton.
Booker T. Jones was een jonge pianist die in de buurt van de studio
Stax woonde.
Hij werd lid van The Mar-Keys. Samen met Steve Cropper
en Duck Dunn van de Mar-Keys en Al Jackson - die ook lid was
geworden - werden ze het geluid van Stax. Ze namen tevens platen op
onder de naam Booker T. & the M.G.'s (MG's staat voor Memphis
Group). Ze kregen snel een enorme hit met
Green Onions. Steve
Cropper en Booker T. Jones kregen een belangrijke rol binnen de Stax.
Ze schreven liedjes en produceerden voor Stewart.
In 1962 nam Johnny Jenkins in de Studio van Stax een single op voor
Atlantic. De opnamesessie werd niets en Otis Redding mocht het
laatste half uurtje These Arms of Mine opnemen. Otis was de
chauffeur van Jenkins en was toen 21 jaar oud. De ballade These Arms
of Mine werd in oktober 1962 uitgebracht via het label Volt. Volt
was een onderdeel van Stax, vooral gericht op rhythm en blues. Het
werd een grote hit in 1963. Otis kwam bij Stax en nam Pain In My
Heart op, wat eveneens een grote hit werd.
* Uitbreiding van artiesten
Door het succes bij Stax van Booker T. and the MG's, Carla Thomas,
The Mar-Keys en Otis Redding, kwam het duo Sam & Dave en Wilson
Pickett bij dit label terecht. Dit gebeurde via Atlanta. William
Bell, Eddie Floyd, the Mad-Lads, Isaac Hayes en David Porter had
Stax zelf gecontracteerd. Al Bell werd gecontracteerd om de leiding
te nemen bij Stax. Bell was een zwarte diskjockey die bekend was in
Washington DC: hij kreeg de leiding over Stax.
*
Stax versus
Atlantic

Atlantic Records (Atlantic Recording Corporation) is een Amerikaans
platenlabel dat een dochteronderneming is van Warner Music Group. Het label is opgericht in 1947 door Ahmet Ertegun en Herb Abramson.
Hiervoor werd $10.000 geleend van een vriend van de familie Ertegun,
die hiervoor een hypotheek vestigde op zijn huis. In het begin was
het alleen een jazz en R&B label. In
1953 werd Jerry Wexler door
Ertegun binnengehaald omdat Abramson werd opgeroepen door het leger
voor de oorlog in Korea. Bij zijn terugkeer in
1955 was zijn positie
geheel door Wexler ingenomen. In plaats van met ruzie uit elkaar
gaan kreeg Herb Abramson het label Atco onder zijn beheer. Als dank
voor bewezen diensten werden The Coasters en Bobby Darin bij dit
label ondergebracht voor Ambramson om mee te werken. Broer Nesuhi
Ertegun werd in 1955 aangetrokken.
Hij kreeg leiding over het jazz
gedeelte van het label en was verantwoordelijk voor grote
platencontracten zoals met Charles Mingus en John Coltrane, later is
deze positie ingenomen door Joel Dorn. In
1958 verliet Abramson het
bedrijf.
In hetzelfde jaar kochten Ertegun en Wexler de overige twee
aandeelhouders uit voor meer dan drie miljoen dollar. Deze
investering werd ruimschoots terugverdiend met twee hits van Bobby
Darin in 1958, te weten "Splish Splash" en "Queen of the Hop".
Ook al begon het als onafhankelijk label; het werd toch een grote
speler in het veld in de jaren met regulieren pop contracten zoals
Sonny & Cher.
Het verdiende bruto 123 miljoen dollars.
Stax verloor zijn belangrijkste artiest Otis Redding door een
vliegtuigcrash in 1967.(Sittin' On) The Dock of the Bay, werd
postuum zijn grootste hit. Tevens kwam Stewart erachter dat Stax een
contract had met Atlantic Records waaruit bleek dat Atlantic de
eigenaar was van alle Staxleden die zij aangedragen hadden.
Stewart
verkocht het Atlanticgedeelte van Stax voor miljoenen dollars in mei
1968 aan filmmaatschappij Gulf and Western.
Zo was Stewart verlost
van het contract met Atlanta.
Ondanks dat
Sam & Dave onder contract stonden bij Atlantic en dus nu
niet meer bij Stax waren en Redding niet meer leefde, bleef Stax
succesvol. Stax had hits met Booker T. and the MG'S, Johnnie Taylor
en William Bell. Isaac Hayes maakte zijn eerste album met de naam
Presenting Isaac Hayes. Het werd geen succes, maar Stax richtte in
1967 een sublabel op met de naam Enterprise. Het tweede album,
Hot Buttered Soul van Hayes, werd bij dat label wel een groot succes.
Het album was gemaakt met een symfonieorkest en bevatte covers en
één zelfgeschreven nummer.
Stewart kwam erachter dat Gulf and Western geen enkel benul had hoe
het allemaal werkte in de platenindustrie en kocht het label weer
terug. Dit gebeurde in overleg met Al Bell in
1970. Motown was een
nieuw label waar Stewart last van kreeg.
Motown was namelijk het
nieuwe label dat "zwarte" muziek uitbracht.
* Wattstax

Stax Records had een nieuw plan bedacht en organiseerde
Wattstax,
ook wel het zwarte Woodstock genoemd. Op 20 augustus 1972 werd het
concert gehouden in het Coliseum in Los Angeles. Natuurlijk waren
Isaac Hayes, Rufus en Carla Thomas aanwezig. Maar bijvoorbeeld The
Staple Singers , Eddie Floyd, The Bar-Kays, Johnnie Taylor, Albert
King en The Emotions waren er ook. Dominee Jesse Jackson en de
opkomende komiek Richard Pryor hadden tevens beiden een rol tijdens
het concert. Richard Pryor was uitgenodigd vanwege zijn humor en om
over het leven als een zwarte in de VS te discussiëren. Jesse
Jackson droeg onder andere zijn bekende gedicht "I Am - Somebody"
voor.
Er werd een documentaire van het concert gemaakt door Mel Stuart.
De film werd uitgebracht door Columbia Pictures in februari
1973.
* Columbia
Records
Bell maakte in 1972 een deal met
Columbia Records. Dit muzieklabel
gaf Stax zes miljoen dollar om uit te breiden. Met datzelfde geld
werd Stewart in oktober 1972 uitgekocht door Bell. Hoewel Stewart
geen eigenaar meer was van Stax hadden ze de afspraak gemaakt dat
Stewart vijf jaar president van het label bleef en dat Bell het
label zou blijven runnen. Bell en Clive Davis (president van
Colombia Records) hadden een zogenaamde "handshake deal" gemaakt. De
deal was dat Colombia Records Stax 100% betaalde voor iedere single
en album dat werd uitgebracht. Davis werd echter ontslagen bij
Columbia en de deal werd veranderd in een 40%-betaling. In 1974 had
Stax een grote hit met Woman to Woman van Shirley Brown waardoor
Stax nog even uit de moeilijkheden bleef qua financiën. In 1975
kreeg Stax het serieus moeilijk met betalingen en in 1976 ging Stax
failliet.
*
Zie ook
OKEH RECORDS!

* De terugkeer van
Stax

In de zeventiger jaren begon de
disco-periode en Stax produceerde
niets meer. In 1977 werden alle mastertapes - die niet van Atlanta
waren - verkocht aan Fantasy Records voor $1.3 miljoen, hoewel ze
veel meer waard waren. In 1988 bracht Fantasy het album Top of the
Stax, Vol. 1 uit. Het was een album met twintig "Greatest Hits"
liedjes van verschillende artiesten. In 1991 kwam Vol. 2 uit.
Atlanta bracht in 1991 The Complete Stax/Volt Singles 1959-1968 uit.
Het was een box die uit negen cd's bestond, met alle a-kanten van de
Stax platen die Atlanta toentertijd had uitgebracht. Daarvoor kreeg
Producer Steve Greenberg een Grammy Awardnominatie in de categorie
Best Historical Album. Schrijver Rob Bowman kreeg een nominatie in
de categorie Best Album Notes. In 2001 werd de box goud. In de jaren
1993 en 1994 bracht Fantasy Volumes 2 en 3 van de Complete Stax/Volt
Soul Singles series uit. Op Volume 2 staan de Stax/Volt singles van
1968 tot 1971.
Op Volume 3 de singles van 1972 tot 1975. Rob Bowman
kreeg voor Volume 3 een "Best Album Notes" Grammy Award. In 2000
bracht Fantasy de box The Stax Story uit. Het bevat materiaal dat
voor 1968 was uitgebracht.
De arrangementen waren van Atlantic records.
Concord Records kocht de Fantasy Label Group in 2004 en ze kondigden
in december 2006 aan dat ze via Stax weer muziek gingen uitgeven. Op
13 mei 2007 kwam er een 2cd-box uit, omdat Stax vijftig jaar
bestond. De box bevat 50 liedjes uit de hele geschiedenis van Stax
Records.
In hetzelfde jaar tekenden Isaac Hayes, Angie Stone en Soulive een
contract bij de nieuwe Stax. De eerste cd die Concord maakte voor
Stax was een tributealbum van Earth, Wind & Fire. Verschillende
artiesten zongen liedjes van de bekende groep. De titel van de cd is
Interpretations: Celebrating The Music of Earth Wind & Fire. Soulive
was de eerste artiest bij Stax die met een album vol met nieuwe
liedjes kwam. Deze cd kwam op 10 juli 2007 uit. Op 26 februari 2008
werd er een cd uitgebracht met covers van Motown, genaamd Soulsville
sings Hitsville. Isaac Hayes is op de cd te horen met het nummer
Never Can Say Goodbye van de Jackson 5. Tevens zingen Mavis Staples,
Barbara Lewis, Billy Eckstine, The Mar-Keys, Fredrick Knight,
O.B.
McClinton, The Bar-Kays en The Soul Children op de cd.
Op de plek waar de originele Staxstudio stond staat nu het
Staxmuseum. Op 18 maart 2002 werd Stewart opgenomen in the Rock and Roll Hall of
Fame. Lijfspreuk van Axton: "We didn't see colour, we just saw talent".
In 2007 ontving Axton postuum the Grammy Trustee's Award. Op 15 augustus
2008 overleed Jerry Wexler, op 91 jarige leeftijd.


Ska
vindt zijn oorsprong op Jamaica waar het aan het einde van de jaren
vijftig langzaamaan ontstond als variant op de rhythm and blues
zoals die destijds in New Orleans werd gespeeld. De muziek van
rhythm-and-bluesartiesten als
Professor Longhair en
Fats Domino was
destijds zeer populair op Jamaica. Het publiek maakte kennis met
deze klanken door naar de radiostations van New Orleans te luisteren
of door sound systems: mobiele geluidsinstallaties waarmee
diskjockeys feestjes opluisterden. Jamaicanen die de muziek zelf
begonnen te spelen legden steeds meer de nadruk op de afterbeat. In
de zang en de arrangementen klonk de invloed van Caraïbische
muziekstijlen als de Jamaicaanse mento en de calypso van Trinidad
door. Vanaf het moment dat platenproducer
Coxsone Dodd en zijn
opnamestudio
Studio One in
Kingston zich intensief met de muziek
gingen bemoeien, groeide de ska uit tot de eerste typisch Jamaicaanse muziekstijl.
Via Jamaïcaanse immigranten kreeg de muziek ook in Engeland voet aan
de grond. Guns of Navarone van the Skatalites was de eerste
Jamaïcaanse plaat in de Engelse hitparade. In navolging van leden
van Jamaïcaanse jeugdbendes, de zogeheten 'rudeboys', maten de
Britse skafans zich een gemillimeterd kapsel aan.
Ze werden
skinheads genoemd - destijds de anti-intellectuele, onder jongeren
uit de arbeidersklasse populaire tegenhanger van het hippiedom.
Sommige, maar lang niet alle, skinheads ontwikkelden zich gedurende
de jaren zeventig tot sympathisanten van ultra-rechtse politiek.
In de loop van de jaren zestig kregen Jamaïcaanse muzikanten
kennelijk de behoefte om steeds langzamer te gaan spelen. Ska
ontwikkelde zich hierdoor eerst tot rocksteady, dat jarenlang het
favoriete geluid voor tropische zomerhitjes zou blijken, en later
tot het aanvankelijk weer iets snellere, maar later nog lomere
reggae.
Rond 1979 beleefde de ska in Engeland een revival onder aanvoering
van de band The Specials. Hierdoor brak skamuziek ook op het
Europese vasteland door.
Spoedig volgden meerdere Britse groepen, zoals The Selecter, The
Beat, Bad Manners en Madness, die de ska combineerde met
humoristische en soms politieke teksten.
Britse skabands speelden een soort ska die sneller en puntiger klonk
dan de Jamaicaanse ska. (De minder aangename "punkska").
De kleding die bij ska hoorde was beïnvloed door de kleding die
Jamaicaanse immigranten in Engeland droegen : gleufhoeden met vaak
tweedehandse maar nette herenkleding. Opvallende toevoegingen
hieraan, bestonden uit zwart-wit geblokte details, smalle
stropdassen, buttons en puntige schoenen met een lage hak. Het
geheel had veel weg van de jaren vijftig look met een knipoog.
De haardracht voor jongens was, onder invloed van de skinheads van
de jaren zestig, over het algemeen gemillimeterd of kaalgeschoren.
Dit teruggrijpen op het skinhead-modebeeld leidde ertoe dat
TwoTone-evenementen steeds vaker uitpakten als verzamelplaats voor
een groepering die zich eveneens van het skinhead-imago bediende:
jonge rechts-extremisten. Vooral de band Madness (de enige Skagroep
die volledig uit blanke muzikanten bestond, zij brachten, als een
van de weinigen, hun platen uit onder het label "Stiff Records", een
naamsverwijzing naar de wat stijf aandoende ska-muziek, de Britse
"stijve" cultuur en de bekende Engelse "stiff upperlip") werd in de
beginjaren door dergelijke groepen geclaimd als hun band. Dat deze
liefde niet wederzijds was, blijkt al uit het feit dat Madness
vernoemd was naar een nummer van de zwarte muzikant Prince Buster en
dat hun eerste single 'The Prince' een eerbetoon aan deze
ska-pionier is. Ook het platenlabel TwoTone, dat het centrum van de
ska-revival vormde, had een uitgesproken anti-racistische
achtergrond. Het label werd opgericht door Jerry Dammers: een
politiek geëngageerde muzikant, die later onder meer bekend werd als
de schrijver van het nummer 'Free Nelson Mandela' en als organisator
van 'Rock Against Racism'-evenementen.
Toch bleven agressieve
rechts-extremisten aansluiting zoeken bij de ska-rage.
Hun
aanwezigheid bij optredens leidde regelmatig tot ongeregeldheden en
was daarmee naast de veranderende tijdgeest (verzakelijking ) één
van de oorzaken van de teloorgang van de moderne (blanke) ska.



Funk is een muziekstroming afkomstig uit Noord-Amerika. Funk is een
sterk ritmische muziekstijl en leunt sterk op het ritmisch staccato
samenspel tussen percussie, baslijnen, slaggitaren en
blaasinstrumenten. In funk benadrukt de ritmesectie (vooral de bas) de eerste noot van
de maat. Het woord "funk" betekent van origine lichaamsgeur of de geur van
geslachtsgemeenschap en werd in het algemeen als een onfatsoenlijk
woord ervaren. In de Afro-Amerikaanse muziek gebruikte men de aanduiding "funky" om
dat deel van de muziek aan te geven dat los, sexy, langzaam,
riff-georiënteerd en/of dansbaar was. Funk kan dus gezien worden als
een subgenre binnen Rhythm and Blues en de term wordt sinds medio
jaren 1960 als genre-aanduiding gebruikt.
* Jaren
zestig
In de jaren zestig ontstond funk als muziekgenre, voornamelijk
ontwikkeld door James Brown en de groep muzikanten rondom hem en
later ook door de The Meters. Artiesten van het eerste uur waren onder andere Bootsy Collins,
Charles Wright & the Watts 103rd Street Rhythm Band, George Clinton,
Maceo Parker, Sly & The Family Stone, The Commodores, The Isley
Brothers, Alan Evans, The Ohio Players en War.
* Jaren
zeventig
In de jaren zeventig ontstond een nieuwe stroming binnen de funk die
George Clinton en zijn Parliament/Funkadelic-collectief p-funk
noemde. Funk ligt ook aan de basis van de disco, dat opkwam aan het
eind van de jaren zeventig. Bekende artiesten uit deze tijd waren
Earth, Wind & Fire en Rick James. Ook ontstond in de jaren zeventig
de jazzfunk met onder andere Herbie Hancock met het album
Headhunters uit 1973.
* Jaren tachtig
In de jaren tachtig ging de funk zich steeds meer vermengen met
andere muziekstijlen. Zo ontstond in de Amerikaanse stad Minneapolis
een aparte funkscene, met name dankzij het succes van de artiest
Prince. Deze mengden onder andere pop, new wave en rock met funk.
Ook de in 1989 doorbrekende Red Hot Chili Peppers hadden sterke
funkinvloeden in hun muziek en speelden hoofdzakelijk funkmetal en
later ook funkrock. Ook had de funk veel invloed op de commerciëlere popmuziek in en
vanaf deze tijd.
* Jaren negentig en 2000
Vanaf de jaren tachtig was funk voornamelijk van invloed op de
grooves en samples in respectievelijk de dance en de hiphop. Binnen
de hiphop zag met name de rapgroep Digital Underground zich als een
voortzetting van de P-funk. Een meer met jazz verbonden revival ontstond met artiesten als John
Scofield, Medeski Martin & Wood of Soulive Daarnaast ontwikkelde zich de uit Amerika overgewaaide Hammondbeat,
gekenmerkt door veelal instrumentale en hypnotiserende funkgrooves,
waarin scheurende hammondorgels en wah-wah-gitaren centraal staan,
met artiesten als The New Mastersounds, Breakestra, Speedometer, Big
Boss Man, Galactic en The Bamboos. Ook de Dancescene liet het funkidioom niet los met een nieuwe
variatie genaamd nufunk. Laatstgenoemde stroming kenmerkt zich met
opgevoerde hiphopbeats en al dan niet zelf gespeelde funk- en
jazzpatronen. Toonaangevend in laatstgenoemde variant zijn artiesten
als Dr Rubberfunk, Skeewiff, Lack of Afro, Chris Joss, Max Sedgley,
Smoove, Thunderball en DJ Slow.


Verjeugding met samenhangend
waardeverlies?
Urban pop of het begin van de verloedering van het betere genre?
Sommige denken van niet, andere dan weer van wél.
Beslis voor jezelf na volgende teksten en genres.
Urban pop (ook wel neo-R&B, of simpelweg R&B genoemd) is een
hedendaags urban muziekgenre, dat vaak verward wordt met
traditionele rhythm and blues en commerciële hip hop. Echter, met
laatsgenoemd genre wordt alleen muziek bedoeld waarin rap voorkomt.
Dit muziekgenre bevat lichte invloeden uit de hip-hop en motown en wordt
vooral gemaakt door Afro-Amerikanen, maar is meer commerciëel
gericht dan soul, funk, rhythm and blues of hiphop.
Vandaag de dag hebben veel popmuziek-artiesten urban pop-invloeden in hun muziek,
die de hogere muzikale waarde spijtig genoeg niet steeds ten goede
komt.
Urban (letterlijk 'stedelijk') is een term die vooral sinds het jaar
2000 gebruikt wordt om muziek- en cultuurstromingen aan te duiden
die met hiphop, rap en Rhythm-and-blues (R&B) te maken hebben.
De term is afkomstig uit de Verenigde Staten, waar in grote steden
als New York de straatcultuur opbloeide. Letterlijk wordt er, heden, met urban niets anders dan de nieuwtijdse
stedelijke straatcultuur bedoeld.
Een huidig van urban is ordinair uiterlijk vertoon, waarbij gedacht moet
worden aan zaken als bling bling. In de Verenigde Staten hoort hier
tevens het leven in bendes bij. Dit laatste behoort echter meer toe
aan hiphop, blanke ska en rap dan aan R&B.
Een belangrijk onderdeel van de
nieuwe urban cultuur is de urban fashion.
Deze kenmerkt zich door het dragen van slonzige 'baggy' broeken en t-shirts.
Gekende urban merken zijn Karl Kani, Ecko, G-unit en Phat
Farm.
Urban is een cultuurstroming die met name gebezigd wordt door
niet-blanken.
In de Verenigde Staten zijn vooral African Americans
en Hispanics urban-artiesten. In Nederland en België vooral
minderheidsgroepen als (afstammelingen van) Antillianen, Turken,
Marokkanen en Surinamers.
Ook een bepaalde klasse blanke jongeren doen hieraan mee.
Toch zijn hier ook enige uitzonderingen op,
zoals rappers Eminem en Brainpower.


De moderne R&B (eigenlijk nu-R&B of neo-R&B, tegenwoordig ook wel
R'n'B (Rap 'n' Beat) of Urban pop genoemd) is gebaseerd op de
originele R&B (Rhythm & Blues) zoals die halverwege vorige eeuw
ontstond uit een combinatie van 50's pop en blues, met een vleugje
50's slow rock. Halfbloed mobo (black music) dus. Jonge
mobo-artiesten zorgden eind tachtiger jaren voor een moderne
transformatie van dit klassieke muziekschema, dat ze in een
elektronisch jasje staken. Na de wederopleving van dit muziekschema
begin negentiger jaren, begon de neo-R&B steeds meer invloeden te
ondervinden van de hiphop, die ondertussen eind zeventiger jaren was
ontstaan. Vooral omdat de meeste jonge mainstream-mobo-artiesten en
-producenten zich op beide vlakken bewogen. De neo-R&B begon steeds
meer 'n eigen sound te krijgen door deze invloeden van de hiphop,
die eind negentiger jaren een evolutieboost ondervond. Innovatieve
producenten zorgden dat ook de nu-R&B evolueerde, wat resulteerde in
een nieuw muziekras, de elektronische neo-R&B. Intussen was dit
format zover afgedreven van het originele muziekschema uit de vorige
eeuw, dat -omdat de gelijkenis nagenoeg weggeëvolueerd was- de neo-R&B
een nieuwe benaming kreeg: urban. Omdat dit een muziekstroming was
die ontstond in en stond voor de urbane subculturen van de moderne
(commerciële) maatschappij. Hierdoor is urban nauw verweven met de
moderne hiphop, die begin tachtiger jaren een vergelijkbare
ontwikkeling had doorgemaakt. Nauw verweven dus, maar toch met
enkele karakteristieke verschillen. Zo is de urban vaak commerciëler
gericht en veel duidelijker mainstream. Het format is melodieuzer,
vaak ook geschikter gemaakt voor zang en dans. Meestal voert de zang
de boventoon. De hiphop, daarentegen, legt meer nadruk op de lyriek
(Opvolger van de "Folk"),
en is dus veelal van oorsprong bedoeld als luistermuziek (met
uitzondering van commerciële hiphop).


Hiphop (ook wel geschreven als hip hop of hip-hop) is een culturele
beweging, vooral bekend als muziekstijl. Het is ontstaan in de jaren
'70 van de twintigste eeuw in New York, en dan voornamelijk in de
arme wijk The Bronx, die destijds bewoond werd door vooral arme,
meer ongeletterde Afro-Amerikanen en Latino's.
Hiphop is niet alleen maar een vorm van muziek maken, maar gaat veel
dieper dan dat. Het is een manier om de samenleving een spiegel voor
te houden (maar niet altijd). De hiphopteksten gaan vaak over dingen
die fout gaan op onze aarde (en in de getto's), of over het leven
van de hiphopper. Hiphop is een krachtige cultuur en heeft er voor
gezorgd dat de onderklasse uit de getto's en andere achterbuurten
een eigen stem kregen. Hiphop was onderdeel van een
emancipatiebeweging van de bewoners van de getto's, en deze
oorsprong heeft een stempel gedrukt op hiphopcultuur in brede zin.
Veel mensen denken dat hiphop in de Verenigde Staten is begonnen,
maar dat is het niet: in Brazilië werd de basis voor Hiphop al
gevormd.
Dat waaide over naar Jamaica en uiteindelijk naar de
Verenigde Staten waar het door pioniers zoals run DMC is
overgebracht op tv.
Dit heeft ook een grote invloed gehad op de
rapmuziek, voorbeelden zijn: Cypress Hill, Beastie Boys, Wu-Tang
Clan, Ice T (bodycount) en Jay-Z.
Op zogeheten 'block parties' (wijkfeesten) in de jaren 1970 mixen
dj's, zoals DJ Kool Herc, met twee kopieën van eenzelfde funk of
electro-plaat de drumsolo's (of breakdowns) aan elkaar. Als de
breakdown (of break) op de eerste plaat eindigt, mixen ze de tweede
kopie erdoor enzovoort. Op deze manier ontstaat een nieuw nummer met
enkel drums, waar de dj overheen scratcht.
De MC (Master of Ceremonies) of rapper is de uitvoerende artiest.
Veel artiestennamen van rappers beginnen met "MC" (spreek uit:
em-sie).
De oorsprong van rappen ligt in het toasten, wat een soort
of half zingende praten of alleen praten maar dan in rijmachtige
manier opspreken, is over een nummer heen.
Hier noemen ze dat "iemand overzagen".
Breakdance en graffiti zijn twee ondersteunende kunstvormen.
De eerste is een vorm van dans, de tweede is het maken van visuele
kunstwerken met behulp van spuitbussen. Graffiti wordt vaak op muren
in de openbare ruimte gespoten, waardoor het ook als overlast
beschouwd wordt, tot schandalig toe.
Men ziet momenteel in alle steden volgespoten muren met rommel.
Bij turntable-isme zijn strakke overgangen niet voldoende (zoals bij
beatmixen). De technieken (zoals cutting, scratching, spinnen en
juggling) zijn hier veel belangrijker. Een vertaling van turntable-isme
is: ‘one who uses the turntable in the spirit of a musical
instrument’ ofwel; ‘iemand die een draaitafel gebruikt in de geest
van een muziekinstrument’. De huidige dj-generatie: Mix Master Mike,
Jean, Erick-E, DCS, Marco V., Hyped Hendriks en DJ Garry die in de
DMC mix tijd zijn begonnen zijn met de acrobatiek op de draaitafel.
(Acrobatiek!)(?).

Verdere evoluties vinden we in
New Beat -
Breakdance -
House -
Techno -
Dance
-
New Lounge - Deep House - Acid Jazz - Cool Jazz - NuJazz ...
Wat ook rechtstreeks in verband staat met
SOUL
is 'Garage'.
Ook, de meer volkse, 'Disco'
is ontstaan uit de SOUL
muziek.
Teksten uit
WIKIPEDIA de vrije encyclopedie.

EXTRA!
*
"Groove-"
en "Popcorn Soul Oldies"

Uit de betere bovengenoemde
categorieën ontstond in België, anno 1969 een bepaalde muziekstijl,
samen met een elegante swingstijl, namelijk de
Popcorn Soul Oldies!
Van oorsprong (origine) ritmisch, kwaliteitsvol, swingend,
meeslepend en
heidens!
Typisch "GOLDEN
SIXTIES"!
De échte en originele Popcorn muziek draagt het allemaal met zich
mee.
De benaming van deze muziek ontstond in dancing
THE POPCORN (Vrasene).
Deze aparte exclusieve stijl viert dit jaar (2009) zijn 40ste
ACTIEVE verjaardag!
Ook
de eerste
"The
Groove"
in
Oostende,
in de Langestraat, was hier bij de Europese (Belgische) pioniers van
het originele Belgische Soul gebeuren! (Gilbert Goovaert).
De Godfathers hiervan zijn
Gilbert Goovaert en de gebroeders (Gerry &
Luc) Franken.


 |